Zo bracht ondernemer Tatlicioglu de Noordelijke GGZ-reus Inter-Psy aan de rand van de afgrond (met geld van de verzekerden)
In dit artikel:
Ayhan Tatlicioglu, oprichter en voormalig eigenaar van de ggz-aanbieder Inter‑Psy, heeft zijn ondernemerschap zo ver doorgevoerd dat het geld van zorginstellingen deels werd omgeleid naar zijn andere activiteiten — met flinke financiële en bestuurlijke consequenties voor de zorgorganisatie en de Belastingdienst. Tatlicioglu bouwde in korte tijd een imperium op: meerdere zorgvestigingen in Groningen, Drenthe, Friesland en Noord‑Holland, een vastgoedtak (L&J Panden), een schoenenzaak, opslagboxen en in 2022 ook een privéjet en de aankoop van het voormalige BumaStemra‑kantoor in Hoofddorp dat hij wilde omvormen tot hotel. Dat hotel zou begin 2024 (in het artikel: eerste kwartaal 2025) openen, maar staat nog in de steigers.
Probleem: volgens de jaarrekeningen leende Inter‑Psy grote bedragen uit aan andere bedrijven van Tatlicioglu. Die geldstromen — deels bedoeld voor zorginkomsten en betaald via verzekeraars — werden gebruikt om vastgoed, een schoenenzaak en het vliegtuig te financieren. In het jaarverslag over 2023 staat dat daardoor de Belastingdienst niet volledig betaald kon worden; eind 2023 bedroegen uitstaande bedragen, inclusief coronaschulden en loonheffingen over 2022–2023, ongeveer 6,5 miljoen euro. Ook waren er achterstallige pensioenafdrachten, waardoor een niet‑zorgmaatschappij noodgedwongen een spoedstorting moest doen bij het pensioenfonds om te voorkomen dat medewerkers hier via hun pensioenoverzichten achter zouden komen.
De externe accountant waarschuwde voor ‘zorgelijke’ liquiditeit en twijfels over de continuïteit van Inter‑Psy. Zorgverzekeraar Menzis startte een onderzoek naar signalen van betalingsachterstand maar concludeerde dat de patiëntenzorg niet in gevaar was geweest. Om de schulden te verminderen werden later panden en het vliegtuig verkocht, waarna aflossingen begonnen en de Belastingdienst volgens Tatlicioglu geen vervolgmaatregelen nam.
In 2023/2024 werd Inter‑Psy verkocht aan het Belgisch‑Nederlandse Opos; Tatlicioglu zou aanvankelijk aanblijven als directeur patiëntenzorg maar vertrok na ruzie. Beide partijen beschuldigen elkaar van openstaande vorderingen van ongeveer een miljoen euro; er lopen inmiddels meerdere rechtszaken en beslagleggingen — Opos legde 1,2 miljoen beslag op Tatlicioglu’s privéwoning, er rust al een tweede hypotheek van circa 1,5 miljoen op die woning en hij heeft persoonlijke borgstellingen van ruim twee miljoen voor zijn vastgoedfinanciering. Een van zijn nevenbedrijven (de schoenenzaak) ging failliet en had nog schulden aan Inter‑Psy.
Hoe kon dit ontstaan? Tatlicioglu gebruikte de klassieke vastgoedroute: kopen met deels geleend geld, het pand verhuren aan de eigen zorginstelling, waardestijging benutten voor nieuwe financieringen. Die hefboomwerking werkte zolang huurinkomsten en rente‑betalingen werden voldaan. Wanneer liquiditeit knelde, bleek het vermogen vast te zitten in gebouwen — een kaartenhuis dat onder druk risico’s voor de zorgactiviteiten opleverde.
Tatlicioglu reageert dat het Belastingdienstonderzoek een te somber beeld schetste en dat veel schulden zijn ingelopen; hij noemt de accountantwaarschuwingen ‘voorzichtig’. Onderzoekers noemen het desalniettemin problematisch dat gelden die door verzekeraars voor zorg worden betaald, zijn ingezet voor commerciële investeringen. Joyce te Bos (Saxion) wijst erop dat investeren alleen verantwoord is wanneer eerst pensioenen, belastingen en andere verplichtingen zijn voldaan.
Belang voor publiek en zorgsector: het dossier raakt aan integriteit en governance in de zorgfinanciering — wanneer zorggeld buiten de zorg wordt aangewend, ontstaan risico’s voor continuïteit van behandelingen, werknemers‑vergoedingen en belastingafdracht. Sinds de overname door Opos wordt volgens afspraken de aflossing van coronaschulden voortgezet en in 2027 zou die afhandeling afgerond moeten zijn. De juridische strijd tussen Tatlicioglu en Opos, en de afronding van onduidelijke geldstromen ter waarde van enkele miljoenen, zal de komende maanden duidelijkheid moeten brengen.