Zilveren Kruis spendeerde tonnen aan fraudejacht. Wat leverde het op?
In dit artikel:
Tussen 2014 en april 2018 bouwde thuiszorgbedrijf Dolia onder leiding van drie broers een omzet van ongeveer 8 miljoen euro op door persoonsgebonden budgetten (pgb’s) op te maken. Verzekeraar Zilveren Kruis signaleerde onregelmatigheden en deed in 2018 aangifte; de Nederlandse Arbeidsinspectie viel op 4 april 2018 binnen en vond administraties met zogeheten “verdeellijsten” waarop betalingen aan cliënten en hun familie stonden vermeld. Die lijsten zouden vastleggen hoe pgb-gelden werden verdeeld tussen het bedrijf en de cliënten, en vormden cruciaal bewijs in de strafzaak.
Onderzoek liet zien dat Dolia veel meer uren en dagdelen declareerde dan mogelijk was: 170.000 gedeclareerde zorguren tegenover hooguit 38.000 haalbare uren; bijna 26.000 gedeclareerde dagdelen groepsbegeleiding terwijl maximaal zo’n 15.000 reëel was. Ruim de helft van de opbrengst werd contant opgenomen; een deel van het geld verdween naar persoonlijke investeringen, onder meer een Turks appartementencomplex waarvan circa 1 miljoen euro werd gestoken en later onvindbaar bleek.
Het openbaar ministerie strafrechtelijk vervolgde de drie broers en zeventien cliënten of hun vertegenwoordigers; Zilveren Kruis startte daarnaast civiele procedures tegen tientallen verzekerden om uitgekeerde bedragen terug te vorderen. In 2019 kregen de broers gevangenisstraffen van 3,5 tot 4 jaar en een beroepsverbod van zes jaar; in hoger beroep liepen de straffen uiteen. Het hof oordeelde dat één broer (Bülent) vooral uitvoerende taken had en legde hem 34 maanden cel en terugbetaling van €20.000 op. Directeuren en sturende functionarissen kregen zwaardere straffen: Mevlüt werd veroordeeld tot 46 maanden en een terugvordering van €1,4 miljoen; de zaak van de derde broer is in hoger beroep nog niet afgerond.
Veel van de later gedane vervolgingen van cliënten leverden wisselende uitslagen op. Van 132 onderzochte cliënten kwamen uiteindelijk zeventien voor de strafrechter; negen kregen taakstraffen, zeven werden vrijgesproken en in enkele dossiers vroeg de officier van justitie zelf vrijspraak wegens gebrek aan bewijs. De lange duur van de procedures (jaren) maakte het bewijszwak; getuigen konden zich weinig meer herinneren en bewijslast was in sommige gevallen niet te leveren.
Civiele trajecten brachten Zilveren Kruis tot nu toe circa €600.000 terug; de verzekeraar had gehoopt op €3,5 miljoen maar verwacht nu maximaal rond €1,4 miljoen te blijven steken. De verzekeraar en haar bijzondere onderzoekers zeggen dat de acties niet alleen om geld gingen maar ook om fraudeurs uit de zorg te weren en een afschrikwekkend signaal af te geven, hoewel het kostenplaatje en de lage opbrengsten vragen oproepen over de efficiëntie van zo’n intensief onderzoek.
De zaak-Dolia legt ook structurele zwaktes van het pgb-stelsel bloot: grote keuzevrijheid zonder vooraf strakke kwaliteitscontrole maakt het systeem gevoelig voor collusie tussen zorgaanbieder en budgethouder. Controle vindt vooral achteraf plaats, en omdat zorg vaak persoons- en situatiegebonden is, is fraudeopsporing complex en politiek gevoelig. De affaire toont hoe creatieve ondernemers, bemiddelaars en medeplichtige mantelzorgers samen een lucratief verdienmodel konden vormen — en hoe lastig het is om daar in de rechtszaal en civiele procedures volledig financieel grip op te krijgen. Follow the Money volgde deze acht jaar durende fraudejacht en concludeert dat de opbrengst voor Zilveren Kruis beperkt is geweest, maar dat het onderzoek wel leidde tot juridische precedentwerking en opschoning van het zorgveld.