Ziad Zourob verloor tot twee keer toe zijn huis in Zuid-Libanon
In dit artikel:
Ziad Zourob (65), ouderling van de kleine presbyteriaanse gemeente in het christelijke dorp Alma al‑Shab, verloor zijn huis twee keer door de geweldsuitbarstingen tussen Israël en Hezbollah. Zijn dorp ligt in het diepste zuiden van Libanon, tussen tientallen sjiitische dorpen en op plaatsen minder dan een kilometer van de Israëlische grens. Veel dorpen zijn inmiddels vrijwel leeg en Alma al‑Shab wordt volgens Zourob door het Israëlische leger bezet, waardoor terugkeer niet mogelijk is: „Alleen God weet hoe lang dat nog zo blijft.”
Zourob heeft zijn hele leven in Alma al‑Shab gewoond en herinnert zich opeenvolgende oorlogen: het geluid van Israëlische vliegtuigen tijdens de Zesdaagse Oorlog (1967), de invasies van 1978 en 1982 en vooral de oorlog van 2006, toen Hezbollahstrijders nabij het dorp Israëlische soldaten hadden gegijzeld. In 2006 en opnieuw tijdens de recente escalatie — die het artikel plaatst bij het begin van de oorlog in 2023 en een nieuwe evacuatie in september 2024 — raakte zijn woning zwaar beschadigd of vernietigd omdat strijders volgens hem hun wapens vanuit het dorp gebruikten.
Het verlies gaat voor Zourob verder dan stenen: meer dan 2.000 olijfbomen, geplant door zijn overgrootvader, zijn omgehakt of verbrand. Alma al‑Shab telt zo’n 400 huizen, waarvan de meerderheid zwaar beschadigd is. Hoewel hij met zijn vrouw tijdelijk in Beiroet woont en dankbaar is voor hun appartement, twijfelt hij of hij het huis opnieuw zal herbouwen; hij is 65, bang voor een herhaling en wil niet opnieuw hetzelfde risico lopen.
Zourob verwijt Hezbollah herhaaldelijk het dorp te gebruiken als buffer en zegt dat pogingen te vragen daarmee te stoppen niets hebben opgeleverd. Over Hezbollah-leider Nasrallah zegt hij: „En nu is Nasrallah dood, God zij dank.” Zijn geloof blijft een steunpunt: de christelijke gemeenschap — protestantse, katholieke en maronitische kerken — houdt zich vast aan het geloof en aan elkaar, maar de verhoudingen met sjiitische buren zijn verziekt. Hij noemt een voorbeeld van een gedode jongeman, wat het wantrouwen verdiept.
Zourob blijft voorzichtig hoopvol: hij hoopt dat het huidige staakt‑het‑vuren standhoudt en dat er een vredesakkoord komt, maar erkent dat de haat en propaganda het vertrouwen ernstig hebben aangetast.