Nederland shorttrackland, hoe houd je dit succes vast? 'Zorgt voor sneeuwbaleffect'
In dit artikel:
In een uitverkochte hal in Milaan vierden vijf Nederlandse shorttrackers goud, terwijl disciplinemanager Wilf O’Reilly in de catacomben al nadenkt hoe dat succes blijvend te maken. Als één van de bouwers van het programma bij de KNSB kijkt hij terug op jaren van gerichte vernieuwing: samen met Jeroen Otter en later Niels Kerstholt en zijn staf zijn trainings- en begeleidingsprincipes fundamenteel veranderd. Waar vroeger werd gedacht dat Nederlanders te lang waren voor shorttrack, heeft consistente coaching en een andere kijk op de sport die vooroordelen doorbroken.
De ploeg schakelde bij voorbaat hoger dan verwacht: in plaats van de voorspelde vier medailles werden er zeven binnengesleept, onder meer dankzij topsporters als Jens van ’t Wout (die meerdere keren goud pakte) en routiniers zoals Itzhak de Laat, die al jaren droomt van olympisch succes. O’Reilly waarschuwt dat nu niet achterover geleund mag worden: "We moeten niet bang zijn om te veranderen." Die veranderbereidheid ziet hij terug in personele aanpassingen binnen de staf en in een continue zoektocht naar verbetering.
Het succes kan bovendien een sneeuwbaleffect veroorzaken: al melden sommige clubs nu al een stop op nieuwe leden door de toestroom. Tegelijk bleef er een smet: de aflossingsonderdelen leverden minder op dan gehoopt — alleen de mannen wonnen goud; de vrouwen- en gemengde teams vielen tegen. O’Reilly gelooft echter dat met scherpte en voortdurende vernieuwing dit hoogtepunt het begin kan zijn van een langdurige dominante periode voor het Nederlandse shorttrack.