Zeven gemeenten in Antwerpen en Oost-Vlaanderen schaffen bijna 100 jaar oude drijfkrachtbelasting af, Voka vraagt andere te volgen
In dit artikel:
Zeven gemeenten in Oost‑Vlaanderen en Antwerpen zetten de drijfkrachtbelasting stop: Kontich, Aartselaar, Rumst, Boechout, Lier, Temse en Wichelen schaffen de heffing vanaf 2026 af. Die belasting treft bedrijven op kleine en grote “productiemotoren” — van heftrucks, draaibanken en lasapparaten tot airco’s, liften en zelfs computers — en wordt lokaal geïnd. Voka Antwerpen‑Waasland, onder meer vertegenwoordigd door Christophe Bellens, pleit ervoor dat ook de overige 27 gemeenten in beide provincies volgen en noemt de heffing achterhaald omdat ze investeringen remt en vestigingskeuzes van ondernemingen verstoort.
De drijfkrachtbelasting dateert uit het interbellum; Antwerpen voerde ze in september 1939 in als snelle inkomstenbron toen de scheepvaart stagneerde, en werd nooit formeel afgeschaft. In de voorbije twintig jaar is het aantal gemeenten dat de belasting heft ongeveer gehalveerd, maar nog altijd rekenen sommige gemeenten er fors op: in de regio Antwerpen‑Waasland incasseerden elf gemeenten samen circa 55 miljoen euro, opbrengsten die bedrijven volgens Voka liever in modernisering en groei zouden steken.
Voka benadrukt dat de ongelijkheid tussen gemeenten een concurrentienadeel creëert en dat er eerlijkere alternatieven bestaan, bijvoorbeeld heffingen gebaseerd op bedrijfsgrootte. Bovendien waarschuwt de organisatie dat de belasting investeringen juist in een periode van herindustrialisatie en hernieuwde productiebehoefte in Europa ondermijnt. Lokale besturen compenseren soms door andere tarieven te verhogen; Voka vindt dat zowel bedrijven “hun fair share” moeten bijdragen als gemeenten een ondernemingsvriendelijk en draaglijk fiscaal klimaat moeten nastreven.