Er zit een luchtje aan de staatsgreep in Guinee-Bissau
In dit artikel:
In Guinee-Bissau ontstond vorige week opnieuw politieke onrust rond de presidentsverkiezingen. Op zondag gingen kiezers naar de stembus; drie dagen later meldde het leger dat president Umaro Sissoco Embaló was afgezet en gearresteerd. De militairen verklaarden op de staatstelevisie een samenzwering te hebben voorkomen, met vermeende betrokkenheid van een bekende drugsbaron. Guinee-Bissau is al decennia een knooppunt in de cocaïnehandel tussen Latijns‑Amerika en Europa, en fragiele civiele controle van het leger hoort bij de lange geschiedenis van coups sinds de onafhankelijkheid in 1974.
Vanuit binnen- en buitenland rezen snel twijfels over het officiële verhaal. Embaló bewoog en sprak opvallend vrijelijk na zijn arrestatie, en internationale waarnemers — waaronder de voormalige Nigeriaanse president Goodluck Jonathan — omschreven de machtsovername als mogelijk een schijncoup. Die verdenking werd versterkt doordat veel vertrouwelingen van de president prominent terugkeerden in de nieuwe overgangsregering onder generaal Horta Inta-a; zo werd Ilídio Vieira Té benoemd tot premier en minister van Financiën. Sommige coupvoerders worden ook als bondgenoten van Embaló gezien.
De timing wekte extra argwaan: de coup vond plaats vlak voor de officiële bekendmaking van de uitslag, en zowel Embaló als zijn hoofdtegenstander Fernando Dias claimden overwinning; beiden zijn het land ontvlucht. De kiescommissie kon de resultaten niet publiceren omdat het hoofdkwartier volgens haar was aangevallen en documenten en een server waren vernietigd door gemaskerde gewapende mannen. Analisten blijven verdeeld: het kan een toneelstuk zijn om een nederlaag af te wenden, maar ook een zelfstandige militaire ingreep uit vrees voor chaos of onder invloed van de drugsscene.
De nieuwe leiders staan internationaal onder druk; de Afrikaanse Unie en ECOWAS hebben Guinee‑Bissau geschorst en roepen op tot duidelijkheid en herstel van constitutionele orde.