Zetelrovers vinden Grondwet aan hun zijde

vrijdag, 3 april 2026 (11:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Mona Keijzer heeft de BoerBurgerBeweging (BBB) definitief verlaten en gaat vanaf nu als eenpitter in de Tweede Kamer verder. Haar vertrek volgt op een reeks interne conflicten binnen nieuwe en persoonlijke partijen: eerder splitsten Gidi Markuszower en zes collega’s zich af van de PVV nadat partijleider Geert Wilders een evaluatie van het verkiezingsverlies blokkeerde. Bij de BBB ontstond onenigheid toen partijleider Caroline van der Plas Henk Vermeer als nieuwe fractieleider naar voren schoof; Keijzer stelt dat zij voor die rol in aanmerking kwam. Vorige week maakte ze ook formeel haar vertrek uit de partij bekend, waardoor de Tweede Kamer er een zeventiende fractie bij heeft.

Juridisch is er weinig discussie mogelijk: in Nederland geldt het vrije mandaat (artikel 67 Grondwet). Een Kamerlid is gekozen als individu en mag stemmen en handelen zonder last van de partij; zetelverlies door afsplitsing wordt daarom niet als ‘roof’ juridisch onderbouwd. Staatsrechtjuristen benadrukken dat mandaten toekomen aan het Kamerlid zelf en niet juridisch aan de partij kunnen worden toegeëigend.

Publieke opvattingen lopen echter anders. Uit peilingen blijkt dat veel kiezers vinden dat iemand die de fractie verlaat, zijn zetel zou moeten afstaan. Bij de recente PVV-afsplitsing dacht ongeveer 80 procent van PVV-stemmers dat de meegenomen zetels eigenlijk aan de partij toebehoren. Die spanning tussen het vrije mandaat en verwachtingen van kiezers leidt tot voortdurende discussie over legitimiteit en loyaliteit.

Afsplitsingen zijn de afgelopen decennia duidelijk vaker voorgekomen. In de afgelopen 25 jaar zijn 39 Kamerleden als eenpitter verdergegaan, meer dan een verdubbeling ten opzichte van de voorgaande 25 jaar. Vooral personalistische partijen met zwakke interne organisaties — zoals de PVV en vroeger de LPF — leverden veel afsplitsers: de PVV verloor in negen incidenten veertien zetels; de LPF zag in korte tijd zeven Kamerleden wegvallen. Oorzaken zijn vaak gebrekkige partijstructuren, onervarenheid van kandidaten en partijen die rond één thema of één charismatische leider zijn opgebouwd.

Politieke reacties leidden in 2016 tot maatregels die afsplitsing minder aantrekkelijk moesten maken: afgesplitste Kamerleden kregen minder geld voor personeel, kortere spreektijden en een andere registratie (groep of lid in plaats van fractie). Critici zeggen dat die maatregelen het vrije mandaat onder druk zetten: gekozen vertegenwoordigers houden hun mandaat, maar verliezen middelen en invloed zodra ze zich losmaken. Anderen wijzen erop dat zo’n strafmechanisme de interne partijmacht versterkt en de partij als ‘eigenaar’ van zetels positioneert.

De toegenomen fragmentatie heeft praktische gevolgen voor de Kamerwerking. Meer fracties betekent meer woordvoerders, ingewikkeldere debatten en minder overzichtelijkheid; sommige deskundigen waarschuwen dat de parlementaire praktijk onwerkbaar dreigt te worden. Als mogelijke remedies worden genoemd: strengere toetredingsdrempels bij verkiezingen en meer interne zeggenschap voor Kamerleden binnen partijen, zodat onvrede eerder binnen de organisatie kan worden opgelost.

Splitsingen zijn niet alleen een nationaal fenomeen; ook op gemeentelijk niveau vinden veel raadsleden hun weg naar eenmansfracties. Tussen 2022 en 2026 stapten ruim 600 raadsleden uit hun partij (ongeveer 7 procent), met lokale partijen als koplopers (12 procent). In kleine raden kan een afsplitsing snel leiden tot bestuurscrises, zoals recent in Gooise Meren, en steden als Almelo kennen extreme fragmentatie met talloze kleine fracties.

Historici en politicologen beschouwen afsplitsing soms als een ‘noodventiel’: een instrument om te ontsnappen aan te sterke fractiediscipline of slecht functionerende interne democratie. Tegelijkertijd wijzen velen erop dat de balans tussen individuele vrijheid en stabiele partijstructuren opnieuw moet worden gezocht om zowel representativiteit als bestuurbaarheid te garanderen.