Zelfs een kapotte klok heeft gelijk: Hugo de Jonge pleit plotseling voor kernenergie (en de Linkse Kerk huilt)
In dit artikel:
Hugo de Jonge, nu Commissaris van de Koning in Zeeland en oud-minister, heeft zich publiekelijk uitgesproken voor de bouw van nieuwe kerncentrales: "Wat je ook doet, ga kerncentrales bouwen." Dat onverwachte pleidooi vormt het middelpunt van een opiniestuk waarin zijn omslag wordt geprezen en gekoppeld aan urgente zorgen over energiezekerheid en regionale ontwikkeling.
De auteur benadrukt Zeeland — en specifiek de omgeving van Borssele — als geschikte locatie: ruimte, bestaande kennis en infrastructuur zouden deze provincie tot de “energieschuur” van Nederland maken. In een wereld van geopolitieke spanningen en fluctuerende energieprijzen, zo luidt het betoog, is onafhankelijkheid van import en fossiele leveranciers cruciaal. Kernenergie wordt gepresenteerd als de enige stabiele, CO2-arme optie die continu stroom levert, ongeacht wind of zon, en die weinig oppervlakte nodig heeft en een lange levensduur kent.
Tegelijkertijd wordt kritiek geuit op het recente Nederlandse energiebeleid. Subsidies voor grote windparken op zee en grootschalige zonneparken op landbouwgrond worden als verspilling bestempeld; volgens de schrijver hebben zulke keuzes geleid tot netwerkproblemen en hogere kosten voor consumenten. Ook wordt gewezen op politieke blokkades: D66, GroenLinks en delen van de milieubeweging zouden nieuwe kernprojecten vertragen met argumenten over kosten en doorlooptijd. De auteur betoogt dat als vandaag begonnen wordt, centrales binnen ongeveer tien jaar zouden kunnen draaien — en verwijst naar eerdere politieke stemmen (PVV, FVD) die dit eerder bepleitten.
De omslag van De Jonge wordt in het stuk gezien als teken dat realiteitszin ook bij gevestigde bestuurders kan doorbreken zodra zij dichter bij regionale belangen staan. De schrijver erkent tegelijk De Jonges politieke verleden — onder meer zijn rol tijdens de coronamaatregelen en het falen van woonbeleid — maar stelt dat dit specifieke energiebeleid wél steun verdient.
Het opiniestuk roept het demissionaire kabinet en de formerende partijen op om te stoppen met uitstelpolitiek: geen nieuwe onderzoeken maar directe bouwplannen, met Borssele als startlocatie. Investeren in Zeeland wordt neergezet als investeren in “de echte economie” en in werkgelegenheid voor de regio.
De tekst sluit af met een breder politiek-moraal appel en een oproep tot actie (inclusief een petitie gericht op abortusbeleid), waarmee de auteur zijn energiepleidooi koppelt aan een bredere maatschappelijke kritiek op de bestuurlijke elite. Kortom: het stuk gebruikt De Jonges statement als vertrekpunt voor een fel pleidooi vóór snelle bouw van kerncentrales en voor meer regionale investeringen, ondanks eerdere bezwaren tegen de politieke persoon zelf.