Zelfs de gekwalificeerde schaatsers zijn niet blij na de 1.000 meter. 'Vier jongens voor drie plekken, het zou verboden moeten worden'

dinsdag, 30 december 2026 (10:26) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Op het Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT) maandagavond in Thialf stond de 1.000 meter bij de mannen in het teken van keiharde splitseconds en verslagen gezichten. Vier Nederlandse toppers streden om drie directe olympische startplaatsen voor Milaan; Tim Prins miste die boot tenslotte op de meest ontnuchterende manier: in de slotrit werd hij vierde, 0,005 seconde langzamer dan Kjeld Nuis — letterlijk een verschil van slechts enkele centimeters.

De winnaar was Jenning de Boo, met 1.06,84 — de op één na snelste tijd ooit op Thialf — gevolgd door Joep Wennemars (1.07,34) en Kjeld Nuis. Ondanks het sportieve succes hing er bij alle drie weinig feeststemming: de spanning vooraf was enorm en het lot van Prins drukte zwaar. Toen Wennemars, net terug van zijn race, zei dat het “verboden” zou moeten zijn om vier schaatsers om drie plekken te laten strijden, vatte dat de collectieve ontreddering samen.

De uitkomst benadrukte twee pijnlijke realiteiten. Ten eerste de genadeloze logica van het OKT en de selectiepraktijk van de KNSB, waarbij op de 1.000 meter — uitzonderlijk binnen de Nederlandse ploeg — de nummers één tot en met drie rechtstreeks zeker zijn van een olympisch ticket. Dat creëert situaties waarin kleine fouten of millimeters beslissen over carrières en droomplaatsen. Vier jaar geleden was het Nuis zelf die slachtoffer was van zo’n drama; nu zat hij aan de andere kant en sloeg hij net Prins, maar met weinig blijdschap.

Daarnaast speelde zich een extra emotioneel verhaal af rond Nuis en zijn vriendin Joy Beune. Beune werd eerder op de avond vierde op de 1.500 meter en dreigt door dezelfde keiharde regels haar favoriete afstand in Milaan te moeten missen. Nuis zei dat die situatie hem duidelijk drukte; zijn uitslag kwam ondanks een onrustige warming-up en de gedachte aan eerdere teleurstellingen.

De avond liet zien hoe klein de marges in topsport zijn en hoeveel psychische tol een kwalificatietoernooi eist. Voor Prins was de droom in één fractie voorbij; voor de drie daarboven rest zowel opluchting als de bitterzoete wetenschap dat hun succes voor een teamgenoot pijn betekende.