Zelfs als de Straat van Hormuz nu open zou gaan, is de aanvoer van gas en olie niet snel weer op peil

maandag, 1 juni 2026 (09:34) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

In de ondiepe, warme wateren van de Perzische Golf veranderen honderden stilliggende tankers in drijvende ecosystemen: scheepsrompen raken begroeid met zeepokken, algen en kwallen, wat roosters en leidingen verstopt en propellers verstenen. Die aangroei is een symptom van een veel groter probleem: de Straat van Hormuz is al ruim honderd dagen grotendeels gesloten, met grote gevolgen voor scheepvaart, energievoorziening en wereldhandel.

Rederijen zien stijgende kosten en extra onderhoud doordat schepen langer stil liggen. Zelfs als er politiek een akkoord komt — waarmee Amerikaanse president Trump recentelijk heeft gesuggereerd te werken — dan nog kan het herstel maanden tot jaren duren. Problemen die herstel vertragen: mogelijk achtergebleven mijnen in de zeestraat die eerst moeten worden geruimd (Nederland stuurt een mijnenjager die vanaf juni kan helpen), de noodzaak personeel terug te laten keren, volle opslagfaciliteiten te legen en beschikbare schepen bijeen te brengen die momenteel verspreid liggen. Analisten verwachten bovendien dat Iran zijn controle over scheepvaartbeperkingen niet snel zal opgeven.

De productie-infrastructuur van olie en gas is ook beschadigd. In Qatar werden twee LNG-productie-eenheden getroffen, waardoor ongeveer 9% van de capaciteit uitviel; reparaties kunnen drie tot vijf jaar duren. Ook geplande uitbreidingen bieden wel perspectief, maar die productie is waarschijnlijk al vastgelegd voor bestaande contracten. Omdat LNG niet over land kan worden vervoerd, maar gekoeld op schepen moet, blijft export praktisch stilgevallen — problematisch nu Europa en Nederland hun voorraden willen aanvullen. Daarnaast leidt de regio-crisis tot tekorten aan bijproducten: Qatar leverde voorheen een derde van het wereldwijde helium (belangrijk voor MRI’s en chipproductie) en Iran en de Golf zijn goed voor ongeveer een derde van de wereldwijde ureumproductie; de prijs van ureum is daardoor sterk gestegen, met risico’s voor landbouw in Sahel, Hoorn van Afrika en Zuid-Azië.

Op de oliemarkt ontstond aanvankelijk verwachte prijsschok uit, maar de extreme stijging bleef uit: Brent piekte rond 126 dollar in april, niet de eerder gevreesde 150+. Oorzaken zijn extra export van landen buiten de regio (VS, Canada, Venezuela), aanzienlijke strategische voorraden — onder andere in China — en het feit dat Saoedi-Arabië en de VAE veel ruwe olie via pijpleidingen om Hormuz heen kunnen voeren.

Toch raken veel landen door hun voorraden heen. Herstel van productie is niet instant: raffinaderijen en velden zijn deels beschadigd of zijn ‘ingesloten’ waardoor druk verloren ging. Volgens het IEA kan ongeveer de helft van de velden binnen twee weken weer op voorgaand niveau produceren en 80% binnen zes weken, maar de resterende 20% — vooral oudere velden in Irak en Koeweit — kan maanden tot bijna een jaar nodig hebben om op te bouwen. Irak en Koeweit missen betrouwbare pijpleidingen rond Hormuz en proberen nu beperkte overlandexport per vrachtwagen te organiseren. Kortom: geopolitieke spanningen en fysieke schade maken een snel en volledig herstel van de wereldwijde olie- en gasvoorziening onzeker en langdurig.