Zelfmoordbriefje van Epstein ligt al bijna 7 jaar verzegeld in rechtbank, schrijft The New York Times
In dit artikel:
Een mogelijk zelfmoordbriefje van Jeffrey Epstein ligt al bijna zeven jaar verzegeld in een rechtbankkluis in New York, meldt The New York Times, die de rechter nu verzoekt het document openbaar te maken. Volgens de krant werd het briefje in juli 2019 door Epsteins celgenoot — een ex-politieagent die voor moord is veroordeeld — gevonden in een stripboek, kort nadat Epstein was overgeplaatst en nadat hij eerder al een zelfmoordpoging had overleefd. Weken later werd Epstein alsnog dood aangetroffen; zijn overlijden werd officieel als zelfmoord bestempeld, maar sindsdien circuleren talrijke complottheorieën.
Het briefje zou door de celgenoot aan zijn advocaten zijn gegeven om zichzelf te beschermen tegen aantijgingen dat hij Epstein zou hebben aangevallen. Een federale rechter zegelde de notitie als onderdeel van de strafzaak rond die celgenoot. Daarna raakte het document volgens The Times verstrikt in een langdurig conflict tussen diens advocaten en een daaropvolgend onderzoek, waardoor het niet toegankelijk werd voor onderzoekers die Epsteins dood onderzochten.
De zaak krijgt extra aandacht omdat het Amerikaanse ministerie van Justitie sinds eind 2025 al miljoenen documenten uit het Epstein-dossier vrijgaf — na goedkeuring van president Trump — maar het besproken briefje daar niet bij zat. Vrijgave zou volgens critici sommige speculaties over de omstandigheden van Epsteins overlijden kunnen weerleggen. De rechtbank wil geen commentaar geven op verzegelde stukken.
Het artikel bevat ook informatie over hulp bij suïcidale gedachten: in België onder meer Zelfmoordlijn 1813, Tele-Onthaal (106) en Awel (102).