Zeer veel elzenpollen verwacht - noorden ruim een maand later dan zuiden

donderdag, 19 februari 2026 (13:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

In grote delen van Nederland barsten de zwarte elzen dit jaar uit in uitzonderlijk veel katjes, waardoor de elzenpollenconcentraties de afgelopen dagen al flink stegen en nu in veel gebieden de piek aanbreekt. Vooral in de zuidelijke helft van het land worden voor de komende week bij weinig regen zeer hoge pollenwaarden verwacht; in het zuiden is de piek inmiddels bereikt, in het midden begint die nu en in het noorden volgt de piek ruim een maand later.

Metingen tonen al verhoogde waarden: bij het Elkerliek-ziekenhuis in Helmond werd op 12 februari 162 elzenpollen/m³ gemeten, bij het LUMC op 8 februari zelfs 263/m³ — vermoedelijk deels afkomstig van bloei verder naar het zuiden. Historisch zijn pieken van bijna tweeduizend elzenpollen per kubieke meter voorgekomen, dus het grote aantal katjes kan tot zeer hoge concentraties leiden. Neerslag kan de concentratie sterk verlagen; vorst kan de pollenafgifte eveneens beperken, maar vorst wordt de komende dagen niet verwacht in midden en zuiden.

Het grote verschil in timing tussen zuid en noord hangt samen met temperatuurafwijkingen: in Eelde lag de gemiddelde temperatuur 1 jan–half feb rond 0,7 °C (ruim kouder dan de gebruikelijke 2,8 °C), terwijl plekken als Maastricht en Wilhelminadorp juist iets warmer waren dan normaal. Daardoor loopt de natuur in het zuiden ruim een maand vóór op het noorden; het eind van de piek wordt in het zuiden rond 25 februari verwacht, het elzenpollenseizoen daar rond half maart voorbij, in het noorden kan het tot begin april doorlopen.

Tegelijk was het hazelaarpollenseizoen dit jaar opvallend: het begon zeer vroeg, bleef lang aan en produceerde hoge concentraties (bijv. 142 hazelaarpollen/m³ bij het LUMC op 8 februari — de derde hoogste waarde sinds metingen in de jaren zestig). Mensen met hooikoorts kunnen door de hoge hazelaar- en elzenpollen massaal klachten krijgen; de ernst en timing van die klachten volgen de regionale verschillen in bloei, maar wind kan stuifmeel over grote afstanden verplaatsen en zo ook in nog niet bloeiende gebieden voor overlast zorgen.

Bronnen: Arnold van Vliet (Leerstoelgroep Earth Systems and Global Change, Wageningen University) en Anne Overduin-de Vries (LUMC).