Ze kennen elkaar van de coronademonstraties, toen die ophielden vielen ze in een 'zwart gat'. Met de azc-protesten hebben ze elkaar weer gevonden
In dit artikel:
Pal naast de snuffelmarkt op het Eemplein in Amersfoort staat een tiental mannen in het zwart met de Nederlandse vlag op de rug, zwijgend terwijl een kunstmatige stem via grote speakers anti-immigratieboodschappen uitspuwt. Het drukke winkelplein pareert de boodschap met onverschilligheid; voorbijgangers snuffelen rustig verder, een meisje met haar Barbies merkt alleen op dat het „wel een tandje zachter” mag.
De betoging is georganiseerd door een recent opgerichte actiegroep, Nationale Trots, geleid door Vincent, een vrachtwagenchauffeur uit Emmen. Hij zegt dat de overheid hen niet hoort en dat zijn groep sinds oktober via Facebook snel groeit tot bijna vijfduizend volgers. Muziek van JW Broken Veteran (bekend van het nummer AZC – Nee, nee, nee) versterkt de anti-azc-sfeer. Ook deelnemers die de verslaggever spreekt — onder meer een groep vrouwen die elkaar kennen van coronademonstraties — geven aan dat zulke protesten vooral sociale functies vervullen: ze brengen mensen weer samen die tijdens de coronaperiode een hechte kring vormden. „Wij begrijpen elkaar,” zegt een van hen.
De auteur trekt een direct contrast met zijn eerste confrontatie met extreemrechts in 2008: toen waren zulke groeperingen klein en marginale bijeenkomsten met soms slechts vijf deelnemers op een verlaten parkeerplaats geen uitzondering; de AIVD noteerde destijds rond driehonderd actieve aanhangers in Nederland. Nu bestaan er tientallen vergelijkbare lokale groepen en online-aanwezigheid maakt ze zichtbaarder en sneller groeiend.
De reportage wijst op een opvallende verschuiving: de asielcrisis functioneert niet alleen als politiek twistpunt, maar ook als zingeving- en verbindingsmotor voor mensen die door stijgende kosten en het wegvallen van eerdere sociale netwerken ontevreden en zoekend zijn. Waar vroeger extreemrechts relatief onzichtbaar was, biedt de huidige beweging ruimte voor herkenning en sociale omgang — en daardoor meer aanhang en continuïteit dan tien jaar geleden. De schrijver sluit met de aantekening dat hij destijds niets schreef over die marginale 2008-demo's, precies omwille van die onbeduidendheid — iets wat nu, door de groei en het sociale component, niet meer geldt.