ZAS biedt opnieuw 4.000 baby's bescherming voor RSV aan: "Doet ook aantal infecties door pneumokokken afnemen"
In dit artikel:
De Antwerpse ziekenhuisgroep ZAS nodigt vanaf volgende week de ouders uit van ongeveer 4.000 baby’s die na 16 maart zijn geboren. Zij kunnen een prik met antistoffen tegen RSV krijgen. Baby’s die in de herfst en winter zijn geboren, kregen die bescherming al in het ziekenhuis; nu komen de kinderen aan de beurt die buiten het RSV-seizoen ter wereld kwamen.
RSV veroorzaakt vooral in de winter ernstige luchtweginfecties bij jonge baby’s en is de belangrijkste reden voor opname op een kinderafdeling. Sinds ZAS in 2024 met de antistoffen begon, daalde het aantal opnames van kinderen jonger dan zes maanden met RSV met 73 procent: van 345 naar 95. Volgens kinderinfectioloog Daan Van Brusselen geeft dat de kinderafdeling meer ruimte en helpt de bescherming baby’s door hun kwetsbaarste eerste maanden heen. De antistoffen beschermen ongeveer zes maanden en verminderen het risico op een ziekenhuisopname met bijna 80 procent; de winter daarna bedraagt de bescherming nog circa 60 procent.
Een Franse studie wijst er bovendien op dat de antistoffen mogelijk ook bescherming bieden tegen ernstige pneumokokkeninfecties, zoals longontsteking, sepsis en hersenvliesontsteking. Kinderen die de RSV-antistoffen kregen, werden 36 procent minder vaak met zo’n infectie opgenomen. Hoewel pneumokokkeninfecties veel zeldzamer zijn dan RSV, kunnen ze ernstiger verlopen en blijvende ontwikkelingsproblemen of overlijden veroorzaken. De bevinding kan daarom een extra voordeel zijn naast het bestaande pneumokokkenvaccin, dat niet volledige bescherming biedt.
De prik is niet verplicht. In de materniteit kiest 80 tot 85 procent van de ouders ervoor; bij lente- en zomerbaby’s is dat ongeveer de helft. Ouders kunnen de antistoffen ook via hun huisarts laten toedienen.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp tegen Arend Jan Boekestijn In de Wandelgangen: 'Wat ik wel altijd van jou vind...'