Yuliia Saprunova uit Oekraïne bouwde haar leven op in Nederland: „Moeilijk om weer in Oekraïne te integreren"
In dit artikel:
Yuliaa Saprunova (43) woont sinds bijna vier jaar in Nederland, op de eerste etage van een appartementencomplex in Apeldoorn. Oorspronkelijk komt ze uit Charkiv, de op één na grootste stad van Oekraïne, die sinds het begin van de oorlog dagelijks onder vuur ligt en waarvan ongeveer zestig procent van de inwoners is gevlucht. Haar 75‑jarige ouders zijn nog steeds in Charkiv; ze weigeren hun huis te verlaten en Yuliaa stuurt hen maandelijks geld en belt ze elke dag, ook wanneer elektriciteit en verwarming uitvallen in vorstperiodes van rond de vijftien graden onder nul.
In de laatste week van februari 2022 vertrekt Saprunova met alleen een paspoort, kleren en wat contant geld eerst naar het huis van haar tante en na ruim een maand via de trein naar Polen richting Nederland. In het Gelderse dorp Uddel werd ze drie maanden opgevangen door een christelijk gastgezin met zeven kinderen; via dat gezin vond ze werk in een grote winkel voor tuinmeubelen en bubbelbaden, eerst als schoonmaker en later als kassamedewerker. Dankzij haar inkomsten en een motivatiebrief werd ze geselecteerd voor de kamer in Apeldoorn waar ze nu woont.
Saprunova leerde Nederlands omdat ze wilde meedoen in de samenleving en op het werk contact wilde maken met collega’s en klanten. Ze behaalde recent het B1‑niveau en wil in april het staatsexamen NT2 afleggen. Ze studeert dagelijks en oefent vaak na lange werkdagen van acht tot twaalf uur. Haar doel is zelfstandig te leven; dat geeft haar houvast temidden van de voortdurende onzekerheid over de oorlog en haar toekomst.
De band met Oekraïne blijft heftig: jaarlijks reist ze terug om haar ouders te bezoeken, een busrit van vier dagen omdat alleen militaire vluchten naar Oekraïne vliegen. Haar eigen woning in Charkiv is niet bewoonbaar geworden nadat een Russische drone het huis raakte — “Er zit een ontzettend groot gat in het dak,” zegt haar vader — en repareren heeft weinig zin zolang het conflict voortduurt. Die beschadiging illustreert zowel het concrete verlies als de onzekere terugkeer die veel vluchtelingen ervaren.
Naast persoonlijke verhalen raakt Saprunova ook de bredere problematiek: Russische aanvallen op energie‑ en gasinfrastructuur maken het leven in steden als Charkiv en Kyiv moeilijk, vooral voor ouderen die blijvend in de stad achterbleven. Ze maakt zich zorgen over het Nederlandse beleid richting Oekraïense vluchtelingen: tijdelijke beschermingsmaatregelen zijn onzeker en er is volgens haar geen duidelijk toekomstplan voor opvang en integratie; mensen worden niet verplicht Nederlands te leren of te gaan werken, maar zodra de bescherming stopt kunnen velen worden gevraagd het land te verlaten.
Ondanks alles toont Saprunova veerkracht en dankbaarheid: ze waardeert de gastvrijheid in Uddel, haar baan en de vooruitgang in taalvaardigheid. Ze voelt zich in Nederland steeds meer thuis, maar draagt tegelijk een verlangen om weer terug te keren naar haar geboortestad zodra dat veilig mogelijk is.