Youtuber bekent alsnog 'prankcall' met verdachte, kort voor dodelijke schietpartij Amsterdam
In dit artikel:
Het OM stelt dat verdachte Efe Y. op 1 januari rond 23.45 uur door een zogenaamde prankcaller naar het Piet Wiedijkpark in Amsterdam is gelokt; daar werden twee Syrische jongens (Mohammad, 16, en Mohammed, 18) doodgeschoten, een derde jongen (17) ontsnapte. De prankcaller zou Y. telefonisch hebben opgezet met een verzonnen 'gangsterversie' — volgens het OM een praktijk die via een YouTube-prankkanaal wordt gefinancierd door kijkers die opdrachten doneren.
De vermeende prankcaller is youtuber Rouand Saadoen. Hij ontkende aanvankelijk betrokkenheid, maar zijn advocaat zegt dat die ontkenning berustte op onduidelijkheid over de datum van het telefoontje; Saadoen heeft later zijn woorden moeten rectificeren en betreurt de verwarring. Politiebenadering: Saadoen wordt volgens zijn raadsman nog niet als verdachte aangemerkt maar als getuige.
Juridisch is aansprakelijkheid voor zo’n prankproblematisch. Strafrechtadvocaat Mark Jan Bouwman wijst erop dat voor strafrechtelijke vervolging moet blijken dat degene die de prank pleegde moest vermoeden dat de ander zou gaan schieten — een bewijsvoering die in de praktijk vrijwel niet te leveren is. Volgens Kirsten Maes, advocaat en universitair docent aansprakelijkheidsrecht, is een prankcall op zichzelf niet verboden; alleen wanneer iemand bewust en met kennis van concrete risico’s een gevaarlijke situatie creëert, kan civielrechtelijke of strafrechtelijke aansprakelijkheid aan de orde komen. Dat zou anders liggen als de prankster wist van psychische kwetsbaarheid, medicatiestop of een reëel risico op gevaarlijk gedrag bij de opgeroepen persoon.
Samengevat: er is sprake van een dodelijke schietpartij waarbij een prankcall mogelijk een rol speelde, maar juridische vervolging van de prankcaller staat voor aanzienlijke bewijstechnische en rechtskundige hobbels. Rechterlijke behandeling en verdere politieverhoren moeten uitwijzen welke rol iedereen precies speelde; verslaggeving van de zitting werd verzorgd door rechtbankverslaggever Saskia Belleman.