Yesilgöz' ministerie van Defensie weigert slachtoffers Nederlands bombardement Hawija te compenseren

dinsdag, 14 april 2026 (10:54) - Joop

In dit artikel:

Op 3 juni 2015 bombardeerde een Nederlands F-16-pantserdoel in Hawija (Irak) een locatie waarbij volgens onderzoeken minimaal 85 burgers omkwamen. Meer dan tien jaar later weigert het ministerie van Defensie individuele schadevergoedingen uit te keren. Het ministerie zegt dat het onmogelijk zou zijn om per persoon vast te stellen wie schade heeft geleden en verwijst naar het ontbreken van betrouwbare lokale informatie — maar voerde zelf geen onderzoek uit naar overlijdensaktes, medische dossiers of eigendomspapieren.

Journalisten van Investico, BOOS en de Groene Amsterdammer troffen in Irak wél bronnen aan die Defensie beweert te missen. In Kirkuk bestaat een officieel kantoor dat slachtofferdossiers beoordeelt en IS-lidmaatschap screent; de Iraakse ngo Ashor heeft gegevens van meer dan driehonderd slachtoffers en bood die herhaaldelijk aan Den Haag aan zonder reactie. Ook een gezamenlijk rapport van Universiteit Utrecht, PAX en de Iraakse organisatie Al‑Ghad bleef onbeantwoord door Defensie.

Waar voormalig minister Brekelmans namens de staat excuses maakte, houdt huidig minister Yesilgöz vast aan het beleidsrecht van de staat om te bepalen hoe te compenseren, maar verklaart niet waarom individuele uitkeringen worden afgewezen. Defensie beroept zich op een vermeend gebrek aan “juridische zekerheid omtrent causaliteit” en noemt identificatie te ingewikkeld, zonder concreet uit te leggen welke bewijslast daaraan ontbreekt of welke stappen zijn of kunnen worden gezet om slachtoffers alsnog te identificeren.