Xillan Macrooy schrijft over opgroeien als queer jongen in Suriname: 'De wereld heeft onze dromen nodig'

woensdag, 13 mei 2026 (17:31) - Het Parool

In dit artikel:

Xillan Macrooy (32), bekend als musicus en theatermaker, debuteert als romanschrijver met Mensen als zonnen en mensen als manen. De vertelling volgt Lanny, een zwarte queer jongen en tweeling uit Paramaribo die — net als Macrooy zelf — later naar Amsterdam verhuist. Lanny is geen simpele afspiegeling van de auteur maar een geconstrueerde versie die zowel de echte ervaringen als gewenste keuzes belichaamt; via hem onderzoekt Macrooy mannelijkheid, mentale gezondheid en de zwijgcultuur rondom queer identiteit.

Het boek gebruikt de beelden van zonnen, manen en zonnedovers: zonnen zijn lichtdragers, manen lenen licht en bewegen zich meer in de duisternis. In Surinaams jargon wordt queer zijn vaak gereduceerd tot het scheldwoord ‘boeler’, en die stigmatisering vormt een drijvende kracht achter Lanny’s schaamte en aanpassingsgedrag. Om te overleven leert hij ‘de choreografie van mannelijkheid’ nadoen: een voortdurend schakelen, een shapeshifter zijn. Uiteindelijk ontdekt hij dat hij die dans niet hoeft te volgen om toch man te kunnen zijn.

Centraal staan familierelaties: de moederfiguur (Ma Nette) geeft volgens Macrooy het vermogen om te dromen en houdt gezinnen staande met liefde, voedsel en zorg — vaak door meerdere vrouwen in de familie tegelijk. Grootmoeder komt voor als een uitgeblakerde reus, symbool van opgeofferde zorg: moederliefde wordt gevierd maar tevens vergeten en geëxploiteerd. Het tweelingschap speelt een grote rol; delen van gezicht, liefde en geheim maken verbondenheid bijzonder maar legt ook zware projecties op identiteit en individuele autonomie.

In Amsterdam zoekt Lanny naar aanraking en bevestiging en probeert hij zichzelf te vinden in ontmoetingen met andere queer mannen. Soms tonen die mannen zich juist terughoudend, gewillig naar de plek die de wereld hen toewijst — leven in een ‘schaduwland’ waar liefde en seks verborgen moeten blijven maakt mensen kwetsbaar en kan grenzen bepalen nog vóór iemand ze zelf kent. Macrooy spreekt direct tegen wie in die schaduwwereld leeft: hij erkent voorzichtigheid, maar zegt ook dat “de wereld onze dromen nodig heeft.”

Taalgebruik is een bewuste keuze: Macrooy schrijft in Sranantongo, Surinaams-Nederlands, Nederlands en Engels en pleit voor de waarde van gesproken en gemengde taalculturen. Hij ziet taal als fluïde en collectief bezit; schrijven zoals je spreekt is volgens hem een verrijking die orale tradities serieus neemt. Het boek is daarmee niet alleen een queerverhaal, maar ook een literaire handeling die ruimte maakt voor meervoudige identiteiten en spraakvormen.

Macrooy wil met zijn roman breken met een zwijgcultuur en tonen wie profiteert van sociale regels en wie de prijs betaalt. Hij roept op tot herkenning van meervoudigheid — een samenleving die alakondre kan zijn, een samenkomen van werelden dat iets nieuws schept zonder het verleden te verliezen — en hoopt op meer ‘shapeshifters’ die andere manieren van zijn toelaten.