Xillan Macrooy (32) schrijft over opgroeien als queer jongen in Suriname: 'De wereld heeft onze dromen nodig'

vrijdag, 15 mei 2026 (14:02) - Het Parool

In dit artikel:

Xillan Macrooy, bekend als muzikant en theatermaker (en onder andere zichtbaar geworden via internationale optredens), debuteert als romanschrijver met Mensen als zonnen en mensen als manen. De 32‑jarige auteur vertelt in het boek het levensverhaal van Lanny, een zwarte queer jongen die samen met zijn tweelingbroer opgroeit in Paramaribo en later naar Amsterdam verhuist. Lanny is geen directe autobiografie, maar een literaire evenknie van Macrooy: een personage dat doet wat de schrijver heeft meegemaakt, maar ook keuzes maakt die Macrooy zelf misschien niet maakte. In het interview, gevoerd terwijl Macrooy onderweg was in Zuid‑India, bespreekt hij waarom hij dit verhaal tegen een heersende zwijgcultuur in wilde schrijven.

Centraal staan thema’s als mannelijkheid, mentale gezondheid, familierelaties en de manier waarop sociale regels levens vormen en beperken. Macrooy gebruikt het beeld van zonnen en manen om rollen te typeren: zonnen brengen licht, manen lenen licht en bewegen zich meer in de duisternis. Lanny groeit op met het woord ‘boeler’ — het Surinaamse scheldwoord voor een queer man — en leert zichzelf te verkleinen om de mensen om hem heen te beschermen. Die strategie van aanpassen noemt Macrooy ‘shapeshifting’: een tactiek van overleven waarbij Lanny de choreografie van mannelijkheid kopieert om te bestaan, totdat hij ontdekt dat die choreografie niet de enige weg is om man te zijn.

Familie speelt een dubbele rol: ze biedt warmte, zorg en identiteit, maar legt ook zware verwachtingen op. Macrooy portretteert moederfiguren als dragers van het sociale weefsel in Suriname — moeders en grootmoeders die voedsel, liefde en troost delen en zo gemeenschappen in stand houden — terwijl tegelijk vaak vergeten wordt welke prijs zij betalen. De tweelingband in het verhaal belicht hoe gedeelde afkomst en geheimen identiteit kunnen vormen en beperken; het laat zien dat er niet één enkele Surinaamse queerervaring bestaat.

De hoofdstukken over Amsterdam tonen hoe de hoofdstad fungeert als belofte van vrijheid maar ook van nieuwe vernauwingen. Lanny zoekt bevestiging en aanraking en verzamelt relaties, maar ontdekt meestal wie hij niet wil zijn. Macrooy beschrijft een ‘schaduwwereld’ waarin queer ontmoetingen heimelijk plaatsvinden, met weinig mogelijkheden om grenzen veilig te verkennen — een omgeving die zowel momenten van vreugde als gevaar kan brengen. Tegen jongens die in die schaduw leven zegt hij: hij begrijpt hun voorzichtigheid, maar roept ook op tot dromen omdat de wereld die dromen nodig heeft.

Taal en stijl zijn eveneens een bewuste keuze: Macrooy schrijft in Sranantongo, Surinaams‑Nederlands en Engels, en verdedigt orale en gesproken vormen als legitieme literaire middelen. Hij ziet taal als fluïde, iets dat ontstaat waar culturen samenkomen, en wil daarmee culturele meervoudigheid vieren. Het boek is bedoeld als tegenstem tegen het zwijgen rond queerness en als bredere reflectie op welke regels samenlevingen maken en wie daar voordeel of nadeel van ondervindt.

Macrooy noemt zijn roman unapologetically queer en hoopt dat lezers de meervoudigheid — wat hij in Surinaams woordenboek zou noemen ‘alakondre’ — omarmen: het samengaan van verschillende werelden dat iets nieuws voortbrengt zonder het verleden te verloochenen. Daarmee verlangt hij naar meer ‘shapeshifters’ die de rigide regels van identiteit durven bevragen.