Wortel van de woede: de ontsporing van de Amerikaanse huizenmarkt

zondag, 11 oktober 2026 (04:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

De Amerikaanse huizencrisis is het resultaat van bijna twintig jaar oplopende schaarste, stijgende prijzen en achterblijvende bouw. De breuk kwam in 2008, toen de hypotheekzeepbel uiteenspatte. Honderdduizenden Amerikanen verloren hun woning, terwijl bouwbedrijven failliet gingen, krediet opdroogde en veel arbeiders de sector verlieten. De bouw herstelde daarna onvoldoende, waardoor het woningtekort bleef bestaan.

Vooral jongere Amerikanen ondervinden daarvan de gevolgen. Een hypotheek met een looptijd van dertig jaar kost inmiddels meer dan 7 procent rente, terwijl ook de huurprijzen stijgen. Daardoor is sparen voor een eigen woning voor velen vrijwel onmogelijk. Jongeren blijven langer bij hun ouders wonen, gezinnen wonen kleiner of dichter op elkaar en werknemers kunnen zich vaak geen huis veroorloven in de buurt van hun baan. Ongeveer 745.000 Amerikanen zijn dakloos.

De schaarste heeft een grote vermogensongelijkheid veroorzaakt. Bestaande huiseigenaren zien de waarde van hun bezit en daarmee hun vermogen toenemen, terwijl huurders en woningzoekenden vooral hogere prijzen en stagnerende lonen ervaren. Een huis is daardoor niet alleen een woning, maar ook een belegging, pensioenvoorziening en toegang tot goede scholen en veilige buurten. Wie geen woning bezit, raakt steeds verder achterop.

Meer bouwen is volgens de analyse noodzakelijk, maar maakt woningen niet automatisch betaalbaar zolang de vraag groot blijft en vermogende kopers tegen anderen kunnen opbieden. Bovendien wordt de bouw geremd door lokale bestemmingsregels, vergunningen, milieuprocedures en bezwaren. In veel steden wordt dichte, betaalbare woningbouw bemoeilijkt ten gunste van ruime eengezinswoningen.

Ook de bouwsector zelf kampt met structurele problemen. Sinds de jaren zeventig is de vakbondsmacht sterk afgenomen: het aandeel georganiseerde bouwvakkers daalde van ongeveer 40 procent naar iets meer dan 10 procent. Daarmee verdwenen veel goedbetaalde, stabiele banen. Onderaannemers en tijdelijke arbeidskrachten namen hun plaats in, waardoor lonen en bescherming onder druk kwamen te staan.

De sector werd vervolgens sterk afhankelijk van migranten, onder wie veel ongedocumenteerde Latino-arbeiders. Volgens de analyse is niet de migratie de oorzaak van de verzwakte vakbonden; juist de verslechterde arbeidsvoorwaarden maakten de bouw afhankelijk van kwetsbare werknemers. Dat leidt tot een politieke tegenstelling: de Verenigde Staten willen meer woningen bouwen, maar het harde immigratiebeleid van de regering-Trump verjaagt tegelijk arbeidskrachten die nodig zijn op de bouwplaatsen.

De huizencrisis brengt zo meerdere problemen samen: de gevolgen van de financiële crisis, beperkte bouw, bureaucratische regels, afbrokkelende vakbonden, immigratiebeleid en groeiende ongelijkheid. Terwijl de bevolking en economie groeiden, steeg vooral de waarde van bestaande woningen. Voor huiseigenaren werd de Amerikaanse droom winstgevender; voor anderen werd het ontbreken van een betaalbare woning een symbool van uitsluiting. Dat voedt de woede en politieke onvrede in het land.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van héérlijke oude beelden na nieuws over tv-terugkeer 'Ik Geloof in Mij'