Worstenmaker Samuel Levie ging in Amsterdam-Noord wonen, in plaats van de Watergraafsmeer: 'We bekeken die school en het waren alleen maar blonde kinderen'
In dit artikel:
Worstenmaker en columnist Samuel Levie vertelt in een gesprek met schrijver Robert Vuijsje hoe hij de veranderingen in Amsterdam ervaart. Levie groeide op in de Watergraafsmeer, woonde later opnieuw in die buurt en verhuisde drie jaar geleden met zijn gezin naar Amsterdam-Noord. Daar voelt hij zich inmiddels thuis. Zijn Amsterdamse accent helpt volgens hem bij het contact met oudere buurtbewoners die er al langer wonen. Ook de groeiende horeca en de nieuwe bedrijvigheid hebben Noord voor hem tot een volwaardig onderdeel van de stad gemaakt.
De terugkeer naar de Watergraafsmeer viel tegen. De buurt was volgens Levie sterk veranderd sinds zijn jeugd, toen hij er op school zat en veel voetbalde. Zijn kinderen zouden aanvankelijk naar dezelfde basisschool gaan, maar bij een bezoek zag hij een veel minder diverse leerlingpopulatie dan vroeger. De verkoop van sociale huurwoningen en de komst van welgestelde jonge gezinnen hebben de samenstelling van de wijk gewijzigd. Winkels zoals de bakker en groenteboer zijn teruggekeerd, maar richten zich volgens Levie op klanten met meer financiële ruimte. Hij zegt dat zijn vroegere Turkse en Marokkaanse speelkameraden uit de buurt zijn verdwenen en ziet Amsterdam daardoor als een gesegregeerde stad.
Levie werd geboren in Oxford. Zijn Engelse moeder en Nederlandse vader ontmoetten elkaar bij een protest tegen het Chileense regime. Zijn vader werkte bij de FNV en was namens de PvdA gemeenteraadslid in Amsterdam. Via zijn vader draagt Levie ook een zwaar familieverleden mee. Veel Joodse familieleden werden tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoord; zijn grootmoeder overleefde de oorlog in Amsterdam en zijn grootvader zat ondergedoken. Lange tijd werd daar binnen het gezin nauwelijks over gesproken. De jaarlijkse Dodenherdenking en het Namenmonument hebben hem er later toe gebracht zijn familiegeschiedenis verder te onderzoeken. De angst die hij als kind voelde wanneer zijn ouders niet thuis waren, verbindt hij inmiddels met de ervaringen van zijn familie tijdens de oorlog.
Levie richtte vijftien jaar geleden samen met twee compagnons Brandt & Levie op. Het bedrijf begon met ambachtelijke varkensworsten, geïnspireerd op kleine Italiaanse slagerijen die werken met vlees van dieren die goed zijn gehouden. De onderneming startte bescheiden, onder meer met verkoop op een Amsterdamse markt. Daar kreeg Levie van sommige Joodse bezoekers kritiek omdat hij als Jood varkensvlees verwerkte. Inmiddels maakt het bedrijf ook runderworst, soep en pastasauzen. De producten worden verkocht bij speciaalzaken en sinds kort ook in supermarkten.
De fabriek staat in de Houthavens, een gebied dat volgens Levie in ruim tien jaar veranderde van industrieterrein in een wijk met luxe woontorens en kantoren. Toch zijn er nog sporen van de oude, ruwe bedrijvigheid zichtbaar. Die rafelranden vindt hij belangrijk voor een stad.
Brandt & Levie profiteerde eerst van de populariteit van ambachtelijke streekproducten en kreeg later te maken met de beweging om minder vlees te eten. Het bedrijf kiest daarom voor de lijn dat mensen minder, maar beter vlees zouden moeten eten. Levie denkt dat daarmee de grootste groep consumenten wordt bereikt.
Amsterdam noemt hij culinair veelzijdig dankzij invloeden uit de hele wereld. Wel mist hij restaurants uit onder meer Zuid-Azië en Noord-Afrika op hoog niveau. Daarnaast waarschuwt hij dat hoge vastgoedprijzen het voor ondernemers steeds moeilijker maken om in de stad te produceren. Amsterdam moet volgens hem niet alleen een plek zijn waar mensen consumeren, maar ook waar bedrijven en makers ruimte houden.
De Oranjezomer: Noa Vahle reageert op bijzonder gerucht over vermeende vakantie met André Hazes