Wormen laten zich na duizenden jaren evolutie nog steeds foppen door de 'stamptruc' van meeuwen. Hoe kan dat?
In dit artikel:
Meeuwen lokken regenwormen uit de grond met een eenvoudige maar effectieve tactiek: ze trommelen of stampen met hun poten waardoor trillingen in de bodem ontstaan. Die trillingen bootsen natuurlijke signalen na waarop wormen instinctief reageren — bijvoorbeeld bewegingen van roofdieren of wijzigingen in bodemomstandigheden — en als gevolg kruipen de wormen naar het oppervlak, waar de meeuw ze kan grijpen. Dat dit nog steeds werkt, ondanks duizenden jaren van evolutionaire druk, komt volgens onderzoekers doordat de sensorische en gedragsmatige mogelijkheden van wormen beperkt zijn: hun zenuwstelsel is gericht op snelle, generieke reacties op vibraties en kan moeilijk fijn onderscheid maken tussen gevaarlijke en niet-gevaarlijke prikkels. Daarnaast wegen de kosten van foutieve reacties (bijvoorbeeld het niet naar het voedseloppervlak kruipen) hoger dan de voordelen van het ontwijken van een relatief zeldzame slimme roofvogel, waardoor er weinig selectiedruk is om de reflex volledig te veranderen. De situatie illustreert ook hoe roofdieren evolutionair voordeel kunnen halen door bestaande waarschuwingssignalen van hun prooien te imiteren — vergelijkbaar met andere voorbeelden in de natuur waarin roofdieren lokgedrag gebruiken om prooien te misleiden.