Wordfeuden, mandala's inkleuren, of een bouwpakket knutselen: hoezeer verschilt ons volwassen spel van dat van kinderen?
In dit artikel:
Het artikel verkent waarom kinderspel volwassenen al eeuwenlang bezighoudt en wat spel zegt over verlangen, vrijheid en houvast. Aan de hand van denkers en onderzoekers als Sigmund Freud, Francelia Butler, Maria Montessori, Immanuel Kant, Sepp Linhart en spelontwerper Tōru Iwatani laat de tekst zien dat spel veel meer is dan tijdverdrijf: het helpt kinderen én volwassenen omgaan met een wereld die voortdurend verandert.
Freud komt aan bod via het beroemde “fort-da”-spel van zijn kleinzoon Ernst, die steeds opnieuw een balletje weggooide en terugzagkeren liet, als oefening in het verdragen van afwezigheid en vergankelijkheid. Butler onderzocht in 1973 springtouwliedjes in het door geweld geteisterde Belfast en zag daarin hoe kinderen ritme, herhaling en zelfs spanning omzetten in spel. Montessori legde juist de nadruk op een veilige speelruimte waarin kinderen zichzelf kunnen ontwikkelen, met goed gekozen materiaal zoals houten blokken. Kant verschijnt als pleitbezorger van vrije, niet-dwingende speelruimte: spel is voor hem een vorm van denken zonder opgelegd doel.
Ook spellen als steen-papier-schaar en Pac-Man worden gebruikt om grotere ideeën te illustreren. Linhart laat zien dat toevalsspellen in hiërarchische samenlevingen opluchting en een gevoel van gelijkheid kunnen bieden, terwijl Iwatani met Pac-Man juist afstand nam van botsing en vernietiging in games. De rode draad is dat spel herhaling, keuze, imitatie en verbeelding samenbrengt. Het artikel besluit dat spelen niet alleen ontsnapping is, maar ook een manier om continuïteit en samenhang te ervaren in een vergankelijke wereld.
De Oranjezomer: 'Wat mij opvalt is dat de naam van Mark van Bommel niet voor het Nederlands Elftal genoemd is'