Woningtekort dwingt jonge mensen tot uitstel kinderwens: 'Ik wil ze wel iets kunnen bieden'
In dit artikel:
Noa (32) en haar vriend wonen tevreden in een sociale huurwoning van 65 m², maar zien het krijgen van (meer) kinderen als onhaalbaar zolang ze geen koopwoning hebben. Ze werkt 32 uur op de HR-afdeling van een ziekenhuis; samen hebben ze een modaal inkomen, maar vinden geen betaalbare koopwoning en vrezen dat een hypotheek al hun financiële ruimte opslokt. Dat maakt haar kinderwens onzeker en verdrietig: ze wil haar toekomstige kinderen iets kunnen bieden en is bang dat ze daartoe niet in staat zal zijn.
Onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) belicht waarom Noa’s verhaal geen uitzondering is. In Nederland is het aantal kinderen per vrouw gedaald van gemiddeld 1,80 in 2010 naar 1,43 in 2024. NIDI-onderzoeker Daniël van Wijk zegt dat de woningmarkt lange tijd onderbelicht bleef als verklaring voor deze daling. Aan de hand van grootschalige registerdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek analyseerde het instituut daadwerkelijk gedrag in plaats van intenties, en vond duidelijke verbanden tussen woonsituatie en gezinsvorming.
Belangrijke uitkomsten: jongvolwassenen stellen zwangerschap en ouderschap uit wanneer ze geen passende koopwoning kunnen bemachtigen; men kiest er niet massaal voor moeder of vader te worden in een huurwoning die men ongeschikt vindt. Vergelijkingen tonen dat vrouwen met vergelijkbare leeftijd, inkomen en partner 29 procent vaker een kind krijgen als ze in een rijtjeshuis wonen dan in een appartement. Daarnaast draagt het feit dat veel ouderen in ruime huizen blijven wonen—na het uitvliegen van kinderen—bij aan woningkrapte voor jongere gezinnen.
Een peiling van het RTL Nieuwspanel onder ruim 19.000 leden laat zien dat 50 procent van 18- tot 45-jarigen geen kinderwens heeft; bij 10 procent speelt de woningmarkt een rol. Volgens Van Wijk ligt een beleidsmatige oplossing niet op korte termijn: het geboortecijfer zal alleen positief beïnvloed worden als er aanzienlijk meer woningen worden bijgebouwd en de doorstroming op gang komt.
Het risico is dat uitstel uiteindelijk afstel wordt: wie lang in een minder geschikte woning blijft, krijgt later of geen kinderen meer—mede door biologische grenzen. Voor mensen als Noa betekent dit dat woningbeleid en betaalbare koopwoningen direct invloed hebben op persoonlijke beslissingen over gezinsvorming en op lange termijn op demografische trends in Nederland.