Woningnood? Asielcrisis? Nee, het RIVM maakt zich druk om... bankjes en bomen voor uw raam!
In dit artikel:
Het artikel hekelt nieuwe richtlijnen van het RIVM die volgens de auteur te ver gaan en burgers en gemeenten onnodig belasten. Volgens het instituut moeten woningen uitzicht hebben op bomen of struiken, kinderen binnen circa 200 meter een plek hebben om te spelen en moeten parken binnen ongeveer 300 meter bereikbaar zijn. Ook adviseert het RIVM dat een kwart van buurten beschikbaar blijft voor bewegen (wandelen, fietsen, spelen), dat voorzieningen zoals supermarkten, huisartsen en basisscholen binnen circa 800 meter liggen en dat er elke 125 meter een bankje staat. Op dit moment zou maar één op de zes woningen aan deze criteria voldoen.
De schrijver interpreteert deze adviezen als betuttelend en onderdeel van een grotere agenda: minder ruimte voor auto’s (minder parkeerplaatsen en rijbanen), meer ruimte voor voetgangers en fietsers, en een verschuiving richting het idee van de ‘15‑minuten‑stad’. Ook wordt genoemd dat gemeenten om cijfers hadden gevraagd — Hanneke Lakerveld van het RIVM zou die informatie hebben geleverd — maar de auteur vindt dat gemeenten eerst woningbouw moeten prioriteren in plaats van esthetische of ruimtelijke voorschriften.
Verder legt de tekst sterke nadruk op bezorgdheid over verlies van vrijheid, hogere gemeentelijke lasten en de kans dat vrijwillige adviezen later juridisch afdwingbaar worden. Politieke en emotionele retoriek doorloopt het stuk: het RIVM wordt weggezet als betuttelend, en de plannen worden geparodieerd als het veranderen van Nederland in één groot verzorgingstehuis. De auteur waarschuwt dat realisatie van de adviezen in dichtbebouwde steden ten koste zal gaan van autoruimte en dat sommige landelijke gebieden de norm praktisch onhaalbaar vinden.
Het stuk bevat ook oproepen tot steun voor de publicatie/organisatie (inclusief betaalinformatie) en presenteert de aanbevelingen als onderdeel van een bredere strijd tegen overheidsbemoeienis. Kort gezegd: het RIVM‑advies wordt beschreven als een goedbedoelde maar onrealistische en paternalistische ingreep, die botst met urgente problemen zoals tekorten aan betaalbare woningen en mobiliteitswensen van bewoners.
Context: RIVM‑richtlijnen zijn doorgaans bedoeld als gezondheidsonderbouwing voor gemeentelijk beleid en zijn officieel niet bindend, maar het debat laat zien hoe volksgezondheid, ruimtelijke ordening en politieke voorkeuren met elkaar botsen.