'Wolvenkind' Marcos Rodríguez Pantoja was twaalf jaar lang vriend van alle dieren
In dit artikel:
Marcos Rodríguez Pantoja, in Spanje bekend als de ‘wilde jongen van de Sierra Morena’, is vorige week op 80-jarige leeftijd overleden. Hij bracht als kind twaalf jaar vrijwel zonder menselijk contact door in een afgelegen vallei in Zuid-Spanje.
Rodríguez werd in 1953, toen hij zeven was, door zijn arme vader meegegeven aan een geitenhoeder. Later vermoedde hij dat hij was verkocht. De geitenhoeder leerde hem onder meer jagen en vuur maken, maar verdween na enkele maanden. Het kind bleef alleen achter en leerde zichzelf in leven te houden. In latere interviews beschreef Rodríguez zijn jaren in de wildernis als een paradijselijke periode. Hij vertelde dat hij bevriend raakte met dieren en zelfs een wolvengroep als zijn familie beschouwde. Door herten met de wolven te delen zou hij hun vertrouwen hebben gewonnen.
Na twaalf jaar werd de inmiddels negentienjarige Rodríguez, vermagerd, gehuld in dierenvellen en nauwelijks in staat om te spreken, door de Guardia Civil gevonden na een tip van een boswachter. Zijn familie nam hem niet terug; zijn vader vroeg alleen waar de jas was gebleven die hij hem twaalf jaar eerder had meegegeven. Rodríguez ging als schapenhoeder werken en moest daarna jarenlang leren functioneren tussen mensen. Zijn verhalen over de dieren werden aanvankelijk niet serieus genomen. Na een verblijf in een klooster trok hij naar Madrid en Mallorca, waar hij verschillende baantjes had en moeite bleef houden met aanpassen.
Antropoloog en schrijver Gabriel Janer Manila legde zijn levensverhaal in de jaren zeventig vast. Volgens hem was Rodríguez’ sociale en emotionele ontwikkeling blijven steken op het moment dat hij werd verlaten. Zijn volwassen leven werd bovendien gekenmerkt door uitbuiting en alcoholmisbruik. In zijn laatste jaren vond hij steun bij een gepensioneerde politieman in Galicië, die hem als een kind leerde begrijpen. Na diens dood woonde Rodríguez alleen in een klein huisje in hetzelfde dorp. Hij bleef verlangen naar zijn vroegere vallei, maar zei in 2018 dat hij daarvoor inmiddels “te veel een mens” was geworden.
Zijn levensverhaal kreeg vanaf 2010 brede bekendheid door de speelfilm *Entre lobos* en een daaropvolgende documentaire. Rodríguez gaf liever lezingen aan kinderen dan dat hij profiteerde van zijn roem; vooral zijn imitaties van dierengeluiden waren populair.
Wetenschappers beschouwen hem als een modern voorbeeld van een ‘wolvenkind’: een extreem verwaarloosd kind dat buiten de menselijke samenleving opgroeit. Tegelijk blijven sommige details van zijn herinneringen omstreden. Een wolvenspecialist die Rodríguez kende, achtte het mogelijk dat sprake was van selectieve herinnering. Cultureel antropoloog Daniel Ares López vindt echter dat de verhalen ook waardevol zijn zonder elk detail letterlijk te nemen. Ze laten volgens hem een zeldzame, niet-uitbuitende verbondenheid tussen mens en dier zien.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp weet wie na Vandaag Inside Televizier-Ring moet winnen: ‘Daar gaat mijn stem naar uit!’