Wolvenjacht kan contra-productief uitpakken | opinie
In dit artikel:
Bioloog Henk Hiddingh waarschuwt dat het toestaan van jacht op wolven een averechts effect kan hebben: in plaats van minder dieren kunnen er juist meer komen en verspreiden ze zich naar nieuwe gebieden. Hij baseert zich op langdurig onderzoek in de Verenigde Staten naar coyotes (prairiewolven), waarvoor circa 4.500 cameravallen werden ingezet om populatie-effecten van afschot te volgen. Op jachtgebieden bleven de aantallen uiteindelijk gelijk aan of hoger dan op plekken zonder jacht, en de dieren vestigden zich op locaties waar ze eerder niet voorkwamen.
Hiddingh legt dit uit vanuit territoriumgedrag: volwassen paartjes of roedels houden een gebied bezet en reguleren daarmee de dichtheid. Wanneer de territoriumhouders worden gedood, nemen jongere dieren hun plek in. Deze opvolgers gaan zich eerder en intensiever voortplanten — met grotere nesten op jongere leeftijd — wat de populatie snel kan laten groeien. Omdat jonge roedels meer voedsel nodig hebben en niet altijd ruimte kunnen uitbreiden, neemt de druk op vee en huisdieren juist toe. Bovendien kunnen verstoorde, niet-dode dieren verplaatsen naar veilige, vaak menselijke omgevingen; vergelijkbare patronen zijn gevonden bij vossen in West-Europa en bij wolvenonderzoek in Roemenië.
Hiddingh benadrukt dat roofdierbeheer anders werkt dan beheer van hoefdieren zoals herten. In plaats van doden pleit hij voor niet-dodelijke maatregelen: het afleren van ongewenst gedrag bij bestaande territoriumhouders en het inzetten van robuuste wolfwerende omheiningen. Hij suggereert proefprojecten in Nederland om verschillende afschrikmethoden te testen en de meest effectieve maatregelen op grotere schaal toe te passen, zodat schade aan landbouwdieren wordt beperkt zonder onbedoelde populatie- of verspreidingseffecten.