Winterspelen door klimaatverandering op minder plekken en met meer kunstsneeuw

woensdag, 11 februari 2026 (20:31) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Eind jaren vijftig heerste er in Cortina d'Ampezzo paniek over gebrek aan sneeuw, maar ditmaal liggen de pistes in Italië weer genoeg bedekt — mede dankzij vorst in het noorden en kunstsneeuw. Toch blijft het Internationaal Olympisch Comité (IOC) bezorgd over de langere termijn: klimaatverandering maakt betrouwbare winters in skigebieden steeds onzekerder. Cortina is bijvoorbeeld in februari inmiddels ongeveer 3,6 °C warmer dan tijdens de vorige editie van de Spelen.

Het IOC gaf twee jaar geleden een onderzoek in opdracht naar de klimaatbestendigheid van de Winterspelen. Onderzoekers, onder wie Robert Steiger van de Universiteit van Innsbruck, gebruikten twee criteria: minimaal 30 cm sneeuw op de piste (ondergrens voor skiën) en nachtelijke vorst om die sneeuw hard te houden. Een locatie geldt als ‘klimaatbestendig’ als die in ten minste negen van de tien winters aan deze voorwaarden voldoet. Voor 93 skigebieden werden toekomstscenario’s doorgerekend onder verschillende opwarmingspaden.

Uitkomst: in alle onderzochte scenario’s blijven er ook in de toekomst locaties over waar de Winterspelen kunnen plaatsvinden — zelfs bij sterkere opwarming zijn er nog opties in 2080, ook in Europa. Maar het aantal geschikte gebieden daalt geleidelijk: momenteel zijn 63 van de 93 gebieden betrouwbaar, in 2050 nog 52 en tegen het einde van de eeuw circa 46. De Paralympische Spelen hebben een hoger risico; als de datum niet verandert, zouden dat er in 2050 nog maar 22 zijn.

Sneeuwkanonnen blijken cruciaal. Steigers modeleringen nemen aan dat pistes kunstmatig worden bijgemaakt; zonder technische sneeuw valt het aantal geschikte locaties dramatisch terug. Dat past bij de praktijk: zowel voor massatoerisme als topsport is kunstsneeuw en pistepreparatie normaal. Arjen de Graaf van de Nederlandse Ski Vereniging benadrukt dat harde, uniforme sneeuwlagen — vaak gemaakt door water op te spuiten zodat het bevriest — nodig zijn voor veiligheid en eerlijke wedstrijden bij hoge snelheden. Tegelijkertijd kost kunstsneeuw water en stroom; bij de vorige Winterspelen in Peking was vrijwel alle sneeuw gemaakt en dat leidde tot kritiek.

De Graaf wijst erop dat het produceren van sneeuw slechts een klein deel van de totale CO2-footprint van wintersport is (2–4%). De grootste uitstoot ontstaat door de reis naar de bestemming (60–80%), gevolgd door verblijf (15%), waardoor transportkeuzes — vliegtuig versus trein of elektrisch rijden — essentieel zijn voor verduurzaming.

Het IOC heeft besloten dat klimaatactie vanaf 2030 contractueel verplicht wordt voor organisatoren en duurzaamheid onderdeel moet zijn van de basisvoorwaarden. Organisaties moeten onder meer aantonen dat zo weinig mogelijk nieuwbouw nodig is; de Spelen mogen daardoor over een groter gebied verspreid worden en bestaande accommodaties of stadions (zoals Thialf in Heerenveen) kunnen in beeld komen als locaties. Voor 2030 en 2034 vielen de keuzes uiteindelijk op de Franse Alpen en Utah, regio’s die nu als klimaatbestendiger worden gezien.

Kortom: de Winterspelen blijven mogelijk, maar worden afhankelijker van kunstsneeuw en van organisatorische maatregelen en duurzame keuzes — vooral rond reizen en energie — om ook op langere termijn veilig en eerlijk te kunnen plaatsvinden.