Winter onder water, in de spaarstand of actief tot de dood
In dit artikel:
4 januari 2026 — Onder het ogenschijnlijk stille winteroppervlak van de Oosterschelde en het Grevelingenmeer speelt zich juist een belangrijke levensfase af: verschillende zeedieren benutten de koude maanden om zich voort te planten, terwijl veel andere soorten hun activiteit sterk terugschroeven.
Wat en wie: slakken zoals de Wulk leggen in de winter grote, halfronde eikapsels af op harde substraten; vissen als de Gewone en Groene zeedonderpad, de Slakdolf en (deels) de Snotolf paaien en zetten eieren af op nestplaatsen tussen stenen en schelpen. Bij deze vissen is opvallend dat de mannetjes broedzorg tonen: zij wapperen met hun vinnen om zuurstofrijk water over het legsel te sturen en bewaken de eieren wekenlang (bij Snotolf tot ongeveer acht weken, bij zeedonderpadden tot circa vijf weken). Voor sommige soorten is de voortplanting zelfs het einde van hun leven: de Slakdolf sterft kort na eiafzetting. Krabben en veel vissen nemen juist een spaarstand aan en zoeken beschutting in spleten, in het sediment of in dieper water.
Wanneer en waar: de beschreven verschijnselen vinden plaats in de winter in de Nederlandse Oosterschelde en het Grevelingenmeer. Duikers kunnen nu met eigen ogen de broedende mannetjes en paairituelen waarnemen.
Waarom in de winter: lage watertemperaturen verlagen bij koudbloedige dieren de stofwisseling, wat voor veel soorten leidt tot minder activiteit en energiebesparing. Voor anderen levert de winter juist voordelen: minder concurrentie en predatie, plus een rustige periode waarin nakomelingen kunnen worden gelegd zodat ze in het voedselrijke voorjaar betere overlevingskansen hebben. Wieren lijken in de winter te verdwijnen doordat groot blad afsterft, maar de onderliggende hechtvoeten en microscopische sporen blijven aanwezig en vormen de basis voor herstel in het voorjaar.
Achtergrond en bedreigingen: de Wulk en voorgaande populaties van Purperslak leden in het verleden onder het anti-aangroeimiddel tributyltin (TBT), dat voortplanting verstoorde; na het verbod herstelden sommige populaties, maar bedreigingen blijven bestaan. Daarnaast werkt opwarming van het zeewater door: de gemiddelde wintertemperatuur in de Oosterschelde steeg de afgelopen tien jaar met ongeveer 3 °C. Dit vormt een risico voor koudere soorten; voor de Gewone zeedonderpad is in de Oosterschelde al een significante daling vastgesteld. Ook nemen bepaalde naaktslakken de laatste jaren af.
Praktische oproep en context: Stichting ANEMOON nodigt duikers en andere natuurliefhebbers uit om mee te doen aan waarnemingen en citizen science: een winterdag van het MOO-project op 15 februari, een ANEMOON-winterweekend van 6–8 maart en aanwezigheid op de Duikvakerbeurs (30 januari–1 februari). Monitoring door vrijwilligers helpt trends te signaleren en draagt bij aan het behoud van dit onderwaterleven.
Kortom: wat boven water stil lijkt, is onder water een strategische periode waarin sommige soorten energie sparen en anderen juist hun nakomelingen veiligstellen. Die winteractiviteit is bepalend voor de biodiversiteit in het voorjaar, maar staat onder druk door menselijke invloeden en klimaatverandering.