Pomphouders lijken niet te profiteren van hoge olieprijs: 'Geen aanwijzingen'

maandag, 11 mei 2026 (17:02) - RTL Nieuws

In dit artikel:

De ACM ziet sinds het uitbreken van het Midden-Oostenconflict eind februari grote schommelingen in de marge tussen groothandels- en pompprijzen, vooral bij diesel. Die marge — waarin ook transport- en opslagkosten zitten en die het dichtst bij de winst per liter komt — was tussen juni vorig jaar en vóór de oorlog doorgaans tussen 6 en 14 cent (bandbreedte 8 cent). Na de Amerikaanse en Israëlische aanval op Iran liep de marge op tot een minimum van 7 cent en een maximum van 24 cent (bandbreedte 17 cent): ruim een verdubbeling. Voor benzine waren de schommelingen kleiner maar ook opvallender dan voor maart.

De ACM kon uit het monitoronderzoek niet vaststellen waarom de marges zo grillig werden. Wel constateert de toezichthouder dat tankstationhouders vermoedelijk niet structureel extra winst pakken, omdat concurrentie voorkomt dat zij veel hogere prijzen hanteren dan nabije concurrenten. Tegelijk lieten kwartaalcijfers van grote spelers als Shell en Saudi Aramco zien dat deze bedrijven in Q1 miljarden extra winst boekten; de oliemarktprijs steeg ongeveer 70 procent door afgenomen toevoer uit het Midden-Oosten. De ACM meent dat productie- en raffinagekosten niet in dezelfde mate zijn gestegen als de verkoopprijzen, en ziet aanwijzingen dat raffinaderijen hogere marges realiseren.

De toezichthouder start aanvullende onderzoeken: naar marges in de keten, naar het gebruik van prijsbepalende software en algoritmes door bedrijven, en naar de vraag of pompprijzen omlaag volgen zodra de olieprijs zakt (het zogeheten "rockets & feathers"-effect). Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen voor overtreding van regels, maar de ACM wil beter begrijpen hoe prijzen tot stand komen.