Windparken volledig opruimen veel duurder dan gedacht: 'Optie is afzagen tot 6 meter onder wateroppervlak'
In dit artikel:
TNO-simulaties laten zien dat het verwijderen van offshore windparken in Nederlandse wateren fors duurder is dan de huidige overheidseis voor bankgaranties. Voor nieuwe parken in de Nederlandse Exclusieve Economische Zone schrijft de overheid nu een garantie van €120.000 per MW voor (jaarlijks met 2% geïndexeerd). TNO berekent dat volledige ontmanteling van een modern park circa €172.500 per MW kost; bij gedeeltelijk verwijderen (monopiles tot 6 m onder zeebodem afzagen) daalt dat naar ongeveer €110.600 per MW.
Een groot kostenblok is de zogenaamde scour protection (steenachtige erosiebescherming): het weghalen daarvan neemt bijna 40% van de totale ontmantelingskosten voor zijn rekening en is logistiek complex, weerafhankelijk en vereist gespecialiseerd materieel. Schaalvoordelen verlagen de kosten per MW, terwijl grotere afstand tot de haven een duidelijke prijsopdrijvende werking heeft — een verdubbeling van 105 naar 210 km verhoogt de kosten met ruim 12%.
De studie, in opdracht van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, doorrekende 480 varianten per scenario op basis van 40 historische weerjaren en 12 startmaanden. TNO adviseert ontwikkelaars tijdens de projectduur de mogelijkheid te geven aan te tonen dat een lagere bankgarantie volstaat en pleit voor locatiegericht maatwerk. In een basisscenario (2 GW, turbines van 15 MW) bedragen de volledige verwijderingskosten zo’n €345 mln per park, oftewel circa €2,5 mln per turbine. TNO wijst ook op kansen: duurdere ontmantelingen stimuleren technologische vernieuwing en vanaf 2040 ontstaat wereldwijd een groeiende markt voor demontage. Tegelijk remmen huidige eisen sommige projecten; het nieuwe kabinet wil de voorwaarden versoepelen.
Vandaag Inside: Johan Derksen uit zorgen over mogelijke Gen Z-protesten: 'Ik hou mijn hart vast!'