Wilma Deurloo (1947-2026) doorbrak het taboe op ongewenste kinderloosheid, ook die van haarzelf
In dit artikel:
Wilma Deurloo wijdde een groot deel van haar leven aan mensen die te maken kregen met verlies en ongewenste kinderloosheid. Ze richtte in Amsterdam praktijk De Bakermat op, waar ze werkte als rouwtherapeut en ritueelbegeleider. Ook schreef ze in 2011 een boek over kinderloze vrouwen die de oma-leeftijd hadden bereikt.
Deurloo groeide op als vijfde in een gereformeerd gezin van zes kinderen in het katholieke Eindhoven. Na haar werk bij Philips trouwde ze kort na haar 21ste verjaardag met haar jeugdliefde, ondanks aanvankelijke bezwaren van haar vader. Het huwelijk hield negentien jaar stand, maar een eigen gezin bleef uit.
Ze vond een persoonlijke manier om met dat gemis om te gaan toen een buurvrouw zwanger bleek van een tweeling. Deurloo vroeg of ze een rol in het leven van de kinderen mocht krijgen. Dat contact groeide uit tot een hechte band; tijdens haar uitvaart op 13 juli noemde een van de tweeling haar zijn moeder.
Op haar veertigste ontmoette ze Fritjof Brave, die eveneens geen kinderen kon krijgen. Samen spraken ze openlijk over hun kinderloosheid. Volgens documentairemaker Inès ten Berge, die Deurloo interviewde voor de KRO-NCRV-documentaire ‘Heb je kinderen?’, combineerde zij warmte met daadkracht en doorbrak ze het stilzwijgen rond het onderwerp.
Later verhuisden Deurloo en Brave naar Warns in Friesland. Daar zette ze zich in voor het dorpscultuurhuis, schreef ze voor de dorpskrant en publiceerde ze boeken over lokale inwoners. Kort voor haar overlijden trad ze toe tot de redactie van De Ataxie Krant.
Deurloo leed aan ataxie, een neurologische aandoening die haar evenwicht en mobiliteit steeds verder aantastte. Uiteindelijk werd ze ernstig ziek door ontstekingen aan de galwegen. Een galsteen van twee centimeter kon niet worden verwijderd. Nadat artsen haar vertelden dat ze zou sterven, koos ze ervoor naar huis te gaan. Daar overleed ze voordat ze opnieuw wakker werd.
De Oranjezomer: Theo Janssen ziet op tegen één ding bij Studio Sport: ‘Ik vind het altijd een beetje ongemakkelijk’