Wilhelmina blokkeerde in 1939 het premierschap van P.J. Oud, zo onthult de biografie van de VVD-oprichter
In dit artikel:
Boris van Haastrecht schetst in zijn biografie van P.J. Oud een rijker en genuanceerder beeld van de politicus die tegenwoordig vooral bekend is als oprichter en langdurig leider van de VVD. Oud was in de twintigste eeuw een van de invloedrijkste Nederlandse parlementariërs en werd door zowel links als rechts gezien als het staatsrechtelijk geweten van het parlement.
Een belangrijke nieuwe bevinding betreft de kabinetsformatie van 1939. Oud beweerde later dat hij zich als burgemeester van Rotterdam niet met de politieke crisis had bemoeid, maar Van Haastrecht toont aan dat hij achter de schermen juist intensief werkte aan zijn kandidatuur voor het premierschap. Nadat de katholieken niet langer met Colijn wilden regeren, adviseerde Colijn koningin Wilhelmina om De Geer of Oud als formateur aan te wijzen. Wilhelmina schoof Oud echter terzijde. Zij had vooral vertrouwen in conservatieve mannen en twijfelde eraan of Oud zich voldoende zou inzetten voor de bouw van nieuwe slagkruisers voor Nederlands-Indië. Ook bij een tweede poging om een formateur te kiezen passeerde zij Oud en benoemde zij De Geer.
De koningin kreeg daarvan waarschijnlijk spijt. De Geer bleek als premier van de regering in ballingschap in Londen ongeschikt, sympathiseerde met een door nazi-Duitsland gedomineerd Europa en keerde uiteindelijk terug naar Nederland. Oud, die de parlementaire democratie en de rechtsstaat compromisloos verdedigde, zou dat vermoedelijk niet hebben gedaan. Nadat Colijn alsnog een extraparlementair minderheidskabinet had gevormd, weigerde Oud daaraan deel te nemen. Wel leidde hij overleg dat binnen twee dagen tot de val van het kabinet-Colijn in de Tweede Kamer leidde.
De formatiekwestie beslaat slechts een klein deel van de biografie. Oud was jarenlang Kamerlid voor de Vrijzinnig Democratische Bond, minister van Financiën in het tweede kabinet-Colijn en later burgemeester van Rotterdam. In 1948 richtte hij de VVD op, waarvan hij tot 1963 partijleider, fractievoorzitter, lijsttrekker en partijvoorzitter was. Binnen de partij was zijn gezag vrijwel onaantastbaar. Dat berustte op zijn grote parlementaire ervaring, zijn scherpe debatstijl, zijn enorme geheugen en zijn autoritaire manier van leidinggeven.
Oud hield meer dan 1.700 publieke redevoeringen en sprak in meer dan 800 Kamerdebatten. Daarnaast schreef hij duizenden pagina’s over staatsrecht en parlementaire geschiedenis. Zijn boeken Honderd jaren en Het jongste verleden golden lange tijd als standaardwerken. Hoewel hij zich als wetenschapper onafhankelijk presenteerde, laat Van Haastrecht zien dat Oud ook in zijn geschiedschrijving partijpolitieke belangen behartigde. Zijn voorstelling van zijn rol in de formatie van 1939 is daar een duidelijk voorbeeld van.
Politiek was Oud succesvol: hij won alle verkiezingen waaraan hij deelnam. Zijn grootste overwinning behaalde hij in 1959, toen een uitgesproken antisocialistische campagne de VVD zes zetels winst opleverde. De partij werd met negentien zetels voor het eerst de derde partij van Nederland. Van Haastrecht verwerpt het beeld dat Oud een neoliberaal was. Oud bleef volgens hem in wezen trouw aan zijn vrijzinnig-democratische achtergrond: de staat moest individuele ontplooiing mogelijk maken, sociale rechtvaardigheid bevorderen en uitgaan van gelijke kansen. Het individu zag hij bovendien als onderdeel van een maatschappelijk collectief.
De auteur van het artikel vindt die interpretatie echter niet volledig overtuigend. Volgens hem besteedt Van Haastrecht te weinig aandacht aan Ouds conservatieve houding tegenover de onafhankelijkheid van Indonesië. Oud verzette zich tegen het Akkoord van Linggadjati, steunde aanvankelijk het Nationaal Comité tot Handhaving der Rijkseenheid en speelde in 1951 een belangrijke rol bij de val van het eerste kabinet-Drees, omdat hij niet langer accepteerde dat Nederland zeggenschap over Nieuw-Guinea zou opgeven. Van Haasthaart verklaart dit vooral uit electorale en partijpolitieke druk, maar analyseert volgens de recensent onvoldoende Ouds eigen overtuigingen. Ondanks zijn grote betekenis als parlementariër en staatsrechtgeleerde bleef Oud daardoor sterk op Nederland gericht en had hij weinig oog voor internationale verhoudingen.
Vandaag Inside: Albert Verlinde over Rob Jetten: 'Ik snap niet waarom deze premier alles zo pr-matig doet!'