"Wilgenkind" is een roman over ingewikkelde familierelaties
In dit artikel:
Josha Zwaans nieuwe roman Wilgenkind volgt Hannah, een jeugdhulpverlener die zichzelf had voorgenomen nooit de mantelzorger van haar vader te worden. Wanneer hij haar onverwacht mailt met de mededeling dat hij ziek is — uiteindelijk blijkt het om uitgezaaide alvleesklierkanker te gaan — verandert haar principe in praktijk: haar vader weigert alle hulp en verhuizing, haar zus Lea verblijft in een afkickkliniek, en de zorg komt grotendeels op Hannahs schouders terecht.
De roman wisselt kalm tussen heden en verleden. Zodra Hannah het ouderlijk huis betreedt, ontvouwt zich een geschiedenis van emotionele verwaarlozing: een moeder die koel en afwijzend was, een zus die zich al jong van het gezin losmaakte, en een vader die in de gemeente als progressief predikant werd bejubeld maar privé weinig oog had voor zijn dochter. Oude fotoalbums en herinneringen brengen geleidelijk nieuwe feiten aan het licht en dwingen Hannah haar eigen stabiliteit en morele kompas te herijken. Haar professionele vaardigheid om casussen te analyseren staat haaks op de mistige en onopgeloste zaken binnen haar familie.
Zwaan, zelf jarenlang mantelzorger geweest en van huis uit sociaal-pedagogisch geschoold, put in dit boek duidelijk uit eigen ervaring zonder feit en fictie gelijk te stellen. Haar achtergrond in drugs- en jeugdhulpverlening en als docent verhalende non-fictie geeft de roman een geloofwaardige sociale en psychologische ondergrond. Stilistisch bouwt ze het verhaal zorgvuldig op: telkens wordt een nieuw stukje onthuld, waardoor de lezer stap voor stap begrijpt welke gebeurtenissen de relaties binnen dit gezin zo hebben gevormd.
Wilgenkind draait om thema’s als schuld en zorg, de last van onuitgesproken geschiedenis, en de moeizame weg naar erkenning en heling. Het boek weet aangrijpende emotie te combineren met kleine lichtpunten van hoop; Zwaan laat zien dat het verleden het heden (deels) bepaalt, maar ook dat geconfronteerd worden met dat verleden ruimte kan geven voor verzoening. Voor lezers die Zwaans eerdere romans kennen — zoals Parnassia en Zeevonk — sluit dit werk thematisch aan bij haar interesse in ingewikkelde familiedynamieken en zorgsituaties.