Wil Israël ooit een democratisch en veilig land worden, dan moet het zich ontdoen van ontspoord zionisme, vindt historicus Omer Bartov

woensdag, 20 mei 2026 (14:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

De Israëlisch-Amerikaanse historicus Omer Bartov betoogt in zijn recente boek Israel: What Went Wrong? dat het geweld in Gaza voortvloeit uit een ontspoord zionisme dat zich heeft ontwikkeld van bevrijdingsideaal naar racistische, expansionistische staatsideologie. Bartov, een gezaghebbende specialist in holocaust- en genocidestudies en zelf met Israëlische roots en diensttijd in het IDF, stelt dat die ideologische koers heeft geleid tot systematische oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en uiteindelijk een genocidale oorlog tegen de Palestijnse bevolking van Gaza.

Wat: Bartov analyseert hoe politieke keuzes, collectieve angsten en narratieven rond slachtofferschap de Israëlische politiek hebben vervormd. Hij ziet een proces waarin de herinnering aan de holocaust steeds meer als politiek bindmiddel en als existentiële dreiging wordt ingezet. Die framefunctie van de holocaust rechtvaardigt volgens hem excessief geweld en sluit moreel debat uit: kritiek wordt snel afgedaan als antisemitisch of als ‘joodse zelfhaat’. Na de Hamas-aanval van 7 oktober 2023, en de daaropvolgende Israëlische militaire campagnes, concludeerde Bartov dat de grens naar genocidale intenties was overschreden; waar hij in november 2023 nog terughoudend was met het woord ‘genocide’, gebruikte hij die term publiekelijk vanaf augustus 2024.

Wie en waar: Bartov doceert aan Brown University (VS) maar is in Israël geboren, diende in het Israëlische leger en heeft veel familie verloren in de holocaust. Zijn persoonlijke betrokkenheid — familie in een kibboets dat door Hamas zwaar getroffen werd, eigen verwondingen uit militaire dienst — geeft zijn kritiek extra gewicht en emotie. Zijn boek verschijnt in acht talen, maar niet in het Hebreeuws; Israëlische uitgevers, ook uit het linkse spectrum, schromen publicatie.

Wanneer: de kritische episodes ontvouwden zich na de gebeurtenissen van oktober 2023. Bartovs confronterende uitspraken kregen brede aandacht in de maanden daarna: een waarschuwing in The New York Times (november 2023), een publiekelijke aanduiding van genocide in The Guardian (augustus 2024) en een mislukte lezing in juni 2024 aan de Ben-Gurion-universiteit, waar demonstrerende studenten zijn komst probeerden te verhinderen.

Waarom: Bartov legt de oorzaak van het huidige geweld in een combinatie van historische, ideologische en psychologische factoren. Centraal staat volgens hem de transformatie van het zionistische project: een spanning tussen het beloofde ideaal van een liberale, gelijke democratie en het streven naar een exclusief joods nationaal thuis met demografische meerderheid. Die tweede strekking radikaliseerde en leidde tot verdrijving en discriminatie van Palestijnen vanaf de oprichting van Israël in 1948 (Nakba) en na 1967. Tegelijk werkt de culturele verankering van de holocaust als legitimatie voor preventieve en repressieve maatregelen: de herinnering fungeert niet alleen als waarschuwend verleden maar als rechtvaardiging voor het negeren van internationale normen en voor het voeren van een allesrechtvaardigende, existentiële strijd.

Belangrijke illustraties: Bartov signaleert concrete signalen van ontmenselijking — politici en leiders die openlijk spreken over de vernietiging of verdrijving van Gaza — en vergelijkt de mentaliteit die hij aantreft met de internalisering van vijandbeelden zoals die in de Wehrmacht bestonden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing door premier Netanyahu naar de bijbelse stam Amalek na 7 oktober 2023 fungeert in het boek als voorbeeld van het retorische kader dat tot gewelddadige uitkomsten kan leiden. Bartov benadrukt dat dergelijke retoriek en praktijk samen een dynamiek creëren waarin humanitaire normen systematisch worden aan de kant geschoven.

Reacties en verdeeldheid: Bartovs scherpe conclusies hebben hevige tegenreacties opgeroepen: van aantijgingen van gebrek aan juridisch inzicht tot beschuldigingen van zelfhaat. Tegelijk kent Israël een minderheid van prominente critici — wetenschappers, kunstenaars en activisten — die al eerder voor een andere koers pleitten, bijvoorbeeld via de open brief The Elephant in the Room (augustus 2023), die sprak van een apartheidsregime in de bezette gebieden. Buiten Israël is de verdeeldheid binnen joodse gemeenschappen zichtbaar: vooral jongere Amerikaanse joden oordelen kritischer over Israël en gebruiken termen als oorlogsmisdaden of zelfs genocide in aanzienlijke aantallen.

Oplossing en urgentie: Bartov concludeert pessimistisch over Israëls vermogen tot eigen herstel zonder externe druk. Hij pleit voor harde, consequente internationale politieke maatregelen om de spiraal van verdrijving, structurele ongelijkheid en extreem geweld te doorbreken — zowel uit rechtvaardigheidsmotieven ten behoeve van de Palestijnen als uit eigenbelang voor de veiligheid van joden wereldwijd. Zijn stellingname is bedoeld als wake-upcall: het land dat ooit werd opgericht als veilig toevluchtsoord riskeert volgens hem door eigen beleid zijn eigen veiligheid en morele fundamenten te ondergraven.

Contextuele noot: Bartovs achtergrond als holocaust- en oostfrontexpert, en zijn eerdere werk waarin hij aantoonde dat de Wehrmacht diepgaand betrokken was bij nazi-misdaden, geeft zijn vergelijking tussen historische processen en hedendaagse Israëlische ontwikkelingen een onderbouwd gewicht. Dat maakt zijn analyse pijnlijk voor critici, maar volgens veel lezers ook noodzakelijk om de huidige dynamiek te begrijpen en te bestrijden.