Wijzen op het Lam hoort bij identiteit reformatorisch onderwijs

woensdag, 20 mei 2026 (23:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Als bijna 42 jaar beleidsadviseur/jurist bij de VGS, maar zonder zelf ooit reformatorisch onderwijs te hebben gevolgd, verdedigt de auteur op het VGS‑symposium van 20 mei de wezenlijke geloofwaardigheid en het blijvende nut van het christelijk‑reformatorisch onderwijs. Zijn kernbeeld: een schoolidentiteit mag niet beperkt blijven tot een etiket op papier; ze moet een kompas zijn dat concreet wijst op het Woord en in het bijzonder op Christus.

Met het etiket bedoelt hij de schriftelijke schoolidentiteit: documenten die onderwijs op grond van de Bijbel en de belijdenis vastleggen en verwijzen naar historische wortels zoals de Reformatie en de Nadere Reformatie. Een etiket heeft waarde, maar wordt waardeloos wanneer vorm en inhoud uit elkaar groeien: een mooie omschrijving volstaat niet als de praktijk die belijdenis niet waarmaakt. Daarom pleit hij ervoor theorie en praktijk in lijn te houden, hoofdlijnen vast te houden en uitzonderingen echt uitzonderlijk te laten zijn.

Als aanvullend beeld introduceert hij het kompas: de identiteit moet richting geven. Die richting is niet neutraal maar geworteld in de Schrift en moet leerlingen en personeel voortdurend wijzen op Jezus als Middelaar — “Zie het Lam Gods” — zowel in godsdienstlessen als in alledaagse schoolpraktijk. Dat wijzen op bekering en geloof noemt hij het kernpunt van reformatorisch onderwijs.

Praktisch en beleidsmatig richt hij zich tot VGS en RMU, die samen de cao afsluiten. In de huidige leer-/levenbepaling is opgenomen dat personeel instemt met de Bijbel en de Drie Formulieren van Enigheid en gelooft dat de mens door zonde dood is tenzij hij door de Geest wedergeboren wordt — een formulering die het onderscheid tussen Kersten en Kuyper theologisch raakt en het karakter van het onderwijs markeert. De auteur waarschuwt tegen het voortdurend uitbreiden van zo’n standpuntencatalogus met nieuwe regels, maar doet wel een concreet voorstel: maak explicieter dat personeel ook telkens wijst op het Lam van God dat de zonde der wereld wegneemt. Daarmee zou in twee woorden zonde en genade worden samengevat, mits die wijziging niet slechts juridisch is maar ook zichtbaar in de dagelijkse praktijk.

Kortom: behoud van reformatorische identiteit vergt meer dan bestuurlijke bewoordingen; het vraagt dat documenten en gedrag elkaar spiegelen en dat scholen consequent blijven wijzen op Christus als het kompas van hun onderwijs.