Wijken worden gesloopt en opgebouwd voor rijkere bewoners. Maar waarom laat de musical 'Tombola' dat zien op een ijsbaan?

maandag, 18 mei 2026 (16:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

De musical Tombola zet gentrificatie concreet neer door zich te concentreren op één woonkamer die binnen twee weken gesloopt moet worden. In het middelpunt staat Aad (John Buijsman), een geboren en getogen bewoner die weigert zijn buurt te verlaten; zijn verwarde, verslaafde vriend (Justus van Dillen) en zijn kleindochter (Zippora Peters) vullen het intieme gezinscahier aan. De productie is een coproductie van het Luxor Theater (Rotterdam) en het Wilminktheater (Enschede) en wordt bewust niet in een traditioneel theater gespeeld maar op locatie, zodat decor en omgeving samenvallen en het thema van wijksloop extra nadruk krijgt.

Regisseur Leopold Witte zoekt nadrukkelijk naar nostalgie en gemeenschapsgevoel: lokaal talent, livemuziek en groepsscènes moeten dat versterken. Het script van Peer Wittenbols raakt onderwerpen als eenzaamheid, migratiegeschiedenis en verslavingsproblematiek, maar de voorstelling voelt rommelig en overvol; in Enschede speelt Tombola op een ijsbaan tussen campus en stadion, een plek die weinig van de beoogde volkswijk-ervaring oproept.

John Buijsman steelt de voorstelling met zijn rol als keiharde maar warmbloedige dorpsfiguur; hij brengt humor en een onverwachte dramatische lading. Tegenover hem staat Van Dillen, wiens caricaturale junkpersonage de realiteit die de voorstelling pretendeert te tonen soms ondermijnt. Een scène waarin een gemeentelijke aanbieding voor uitkoop wordt gedaan wekt aanvankelijk spanning, maar verwordt voorspelbaar wanneer de focus op kleine, melodramatische momenten valt. Uiteindelijk laat Tombola sympathieke ideeën zien, maar mist scherpte en consistentie om het thema van stedelijke verandering écht aangrijpend te maken.