Wij volgden de route van een Nederlandse scherpschutter die zich aansloot bij het Israëlische leger
In dit artikel:
Een Nederlandse twintiger (19) diende vanaf begin 2024 als paratroeper en later als scherpschutter in de Israel Defense Forces (IDF) en werd ingezet in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Zuid-Libanon. Journalisten van De Groene Amsterdammer, Trouw en Investico reconstrueren zijn militaire loopbaan aan de hand van honderden socialmediaposts, Israëlische media, satellietbeelden en lokale verslaggeving. Om veiligheidsredenen noemen zij hem X.; zijn identiteit is bij de hoofdredactie bekend.
Training en inzet
X. doorliep een intensieve acht maanden durende basisopleiding bij de paratroopers, inclusief luchtlandingen, een 90 kilometer ‘baretmars’ en een specialisatie tot sniper. Foto’s en video’s die zijn eenheid op Instagram deelde laten ceremonies, groepsrituelen en het informele leven van jonge soldaten zien: grappen in geotags, foto’s van gevonden voorwerpen in dooroorlogde huizen en poses met wapens. De verslaggevers kregen toegang tot veel afgeschermde accounts door onder cover een IDF‑profiel aan te maken.
Via beeld- en locatieanalyse konden onderzoekers meerdere inzetplaatsen vastmaken: een woning in Al‑Qarara (tussen Khan Younis en Deir al‑Balah) waar scherpschutters uitzicht hadden op zwaar gebombardeerde wijken; een basis aan de rand van de nederzetting Kedumim bij Nablus; en uitkijkposten in de stad zelf. Lokale bronnen bevestigden dat bewoners met hun kinderen midden in de nacht uit huizen werden gezet om plaats te maken voor IDF‑posities. In Al‑Qarara vonden de onderzoekers ook nabestaanden van lokale slachtoffers, onder wie de zestienjarige Hadi Abu Lehya, wiens overlijdensakte volgens de lokale journalist shrapnel‑ en schotwonden vermeldt.
Context van het geweld
X.’s dienst viel samen met grote escalaties van het geweld: een staakt‑het‑vuren in januari 2025 brak snel af, Israël sloot grenzen voor hulp, schakelde stroom uit en voerde zware luchtaanvallen uit. VN‑instanties en mensenrechtengroepen meldden duizenden doden en dreigende hongersnood; het Internationaal Gerechtshof (ICJ) en het Internationaal Strafhof (ICC) waren betrokken bij kritiek en processtappen tegen Israëlische leiders. Tegelijkertijd circuleerden op sociale media beelden die mogelijke schendingen tonen: burgers die worden neergeschoten, ziekenhuizen die worden getroffen en het gebruik van burgers als menselijk schild.
Juridische vraag: mag een Nederlander in de IDF dienen?
Het Openbaar Ministerie (OM) benadrukt dat dienst nemen in een buitenlands leger op zichzelf niet verboden is zolang dat land niet in oorlog is met Nederland. De grens vormt volgens het OM individuele betrokkenheid bij internationale misdrijven (zoals genocide, oorlogsmisdrijven, apartheid). Het team Internationale Misdrijven van het OM kan pas onderzoeken starten na een aangifte of wanneer informatie van elders binnenkomt; daarbij moet de verdachte Nederlander zijn of zich in Nederland bevinden, het onderzoek redelijkerwijs tot vervolging kunnen leiden en er ‘sterke aanwijzingen’ bestaan voor persoonlijke schuld. Er zijn aangiften binnengekomen over Nederlanders in de IDF, maar naar verluidt geen vervolgingen wegens gebrek aan concreet bewijs van individuele misdrijven.
Onderzoeksstrategie en obstakels
De journalisten laten zien hoe digitaal en open‑source onderzoek veel kan opleveren: geotags, beeldvergelijking met satellietfoto’s en samenwerking met lokale journalisten maakten het mogelijk posities en gebouwen te identificeren. Tegelijk is het verzamelen van bewijs voor een strafzaak ingewikkeld tijdens een lopend conflict: getuigen zijn moeilijk bereikbaar, terreinen blijven gevaarlijk en fysiek bewijsmateriaal raakt vaak vernietigd. Juridisch-wetenschappelijke experts pleiten daarom voor internationale samenwerkingen zoals die eerder ontstonden bij onderzoek naar IS, Syrië of Rusland: gedeelde dossiers en coördinatie tussen landen vergroten de kans op vervolging. Volgens sommige deskundigen ontbreekt hiervoor tot nu toe de politieke wil, ook al zijn er rapporten die spreken van handelingen die neigen naar genocide of apartheid.
Specifieke juridische kans: Westelijke Jordaanoever
Voor Nederlanders die op de Westelijke Jordaanoever hebben gediend kan het juridisch relatief eenvoudiger zijn om vervolging te overwegen, omdat het ICJ het bezettingsregime en bepaalde Israëlische beleidslijnen heeft aangemerkt als illegaal en deels als apartheid. Wie daar als soldaat wordt ingezet voor het handhaven van het nederzettingenbeleid levert volgens experts mogelijk een bijdrage aan dat beleid — en dat staat expliciet als vervolgingsgrond in de Nederlandse Wet internationale misdrijven.
Cultuur binnen de eenheid
Het beeld dat uit de reconstructie naar voren komt, is van een sterke hiërarchie en groepscultuur binnen de paratroopers: ceremonies waarbij senioriteit wordt gevierd, emblemen en vlaggen (onder meer een door de eenheid veelgebruikte paarse vlag met het ‘koninkrijk van snipers’) en een mix van militaire trots en laconieke socialmediaposts, ook van inzet in zwaar getroffen burgergebieden.
Huidige status
De eenheid van X. bleef tot in 2026 ingezet worden; op 29 april 2026 postte een scherpschutter nog beeld van een rust‑bijeenkomst na een uitzending in Zuid‑Libanon, waarna de mannen weer naar Gaza zouden terugkeren. Begin 2025 telde men minstens 645 personen met een Nederlands paspoort in de IDF; recent onderzoek noemde minstens 21 Nederlanders die als lone soldiers vanuit Nederland zijn toegetreden. Het OM zegt dat mogelijke misdrijven door Nederlanders “heel erg” de aandacht hebben, maar dat concrete vervolgingen afhangen van bewijs van individuele betrokkenheid en van binnenkomende informatie. Experts en mensenrechtenorganisaties roepen op tot internationale gerechtelijke samenwerking en meer onderzoeksinspanning om verantwoordelijkheid vast te stellen — een proces dat, zo de cruciale waarschuwing van betrokken onderzoekers, tijdrovend en politiek beladen zal blijven.