Wie zijn de krachten achter Trumps botte buitenlandkoers?
In dit artikel:
Na de militaire interventie in Venezuela heeft de Trump-regering met harde taal en dreigementen landen als Groenland, Iran, Colombia, Cuba en zelfs Mexico doen opschrikken. Veel mensen leggen die agressieve koers bij president Donald Trump zelf, maar Telegraafcorrespondent Paul Jansen wijst erop dat hij niet de enige architect is van het Amerikaanse buitenlandse en veiligheidsbeleid.
Jansen benoemt dat besluitvorming rond buitenlandse interventies een samenspel is van meerdere actoren: de presidentiële staf en veiligheidsadviseurs, het ministerie van Buitenlandse Zaken en het Pentagon, inlichtingendiensten, fracties in het Congres en invloedrijke denktanks en lobbygroepen. Ook institutionele belangen — zoals die van de defensie-industrie, geopolitieke allianties en strategische regionale doelen — zetten druk op beleid en kunnen hardere opties stimuleren. Daarnaast beïnvloedt binnenlandse politiek (partijdruk, kiezersprofielen) de keuze voor retoriek en acties richting het buitenland.
Kort gezegd: de spierballentaal is het resultaat van zowel Trumps persoonlijke stijl als van bredere, vaak langdurige machts- en belangenstructuren binnen de Amerikaanse regering en samenleving. Dat verklaart waarom agressieve buitenlands-politieke stappen niet louter als een persoonlijke impuls van de president te zien zijn, maar eerder als het product van meerdere, samenwerkende krachten.