Wie zette ruim 67.000 jaar geleden deze vage handafdruk op de wand van een grot op Sulawesi?
In dit artikel:
Op de wand van de Metanduno-grot op het Indonesische eiland Muna is een halfvervagen handstencil met drie vingers gedateerd op minstens 67.800 jaar oud. Een internationaal team onder leiding van Adhi Augus Oktaviana (Jakarta) en Adam Brumm en Maxime Aubert (Griffith University) publiceert de vondst deze week in Nature; de leeftijd maakt het de oudst bekende rotskunst ter wereld, ouder dan zowel de aan neanderthalers toegeschreven grotkunst in Spanje als de eerder oudste figuratieve kunst uit Sulawesi.
De onderzoekers gebruikten uraniumvervalmetingen op kalklaagjes die zich in de loop van millennia over de tekeningen hebben gevormd. Die methode — waarbij soms juist de calcietlaag onder een tekening wordt gedateerd — leverde al sinds 2014 meerdere onverwacht oude data op voor Zuidoost-Aziatische rotskunst. De Metanduno-afdruk staat midden in een grot die toeristen trekt vanwege honderden veel jongere afbeeldingen (dieren, boten, mensen), waarvan veel waarschijnlijk post-glaciaal zijn (na de laatste ijstijd). Van een andere handafdruk in dezelfde grot is eerder al een leeftijd rond 60.000 jaar gepubliceerd.
Belangrijker dan de ouderdom zijn de implicaties over wie de afdruk maakte. In Europa leiden vergelijkbare data ertoe dat de kunst aan neanderthalers wordt toegeschreven, omdat Homo sapiens in die periode niet in Europa aanwezig was. Voor Zuidoost-Azië is de situatie complexer: aanwijzingen voor de aanwezigheid van moderne mensen op dat moment zijn discutabel. Aubert en collega’s schrijven de Metanduno-hand vrij zelfverzekerd toe aan Homo sapiens en wijzen op technische aanwijzingen in de stencilmethode — bijvoorbeeld een dunner geworden vinger door tijdens het verfblazen te bewegen — die ook in latere, aan sapiens toegeschreven kunst op het eiland voorkomen. Aubert merkt op dat „mensen dit soort kunst kunnen maken”, terwijl hij niet helemaal uitsluit dat een andere mensensoort het kan hebben gemaakt.
Die toewijzing stuit op kritiek van andere onderzoekers. De Leidse archeoloog Wil Roebroeks prees de datering als „geweldig”, maar noemde de directe koppeling aan onze soort „zwak”: de discussie over vroege sapiens-verspreiding in de regio kan volgens hem niet worden genegeerd en vereist terughoudendheid in conclusies.
Aanvullend contextonderzoek verheldert de complexiteit van menselijke aanwezigheid op Sulawesi. Een recent PLOS-artikel van (onder anderen) Brumm beschrijft werktuigen uit de Bulu Bettue-grot die tot 150.000 jaar oud zijn en vrijwel zeker van archaïsche homininen (waarschijnlijk verwant aan neanderthalers/denisovans). Die werktuigtraditie lijkt tot zo’n 40.000 jaar continu door te lopen; pas daarna verschijnen duidelijk aan sapiens toe te schrijven materialen. Archeologen denken daarom aan scenario’s van langdurig naast elkaar bestaan van verschillende mensengroepen of aan culturele continuïteit tussen soorten.
Kort samengevat: de Metanduno-hand is technologisch en chronologisch een indrukwekkende vondst die de geschiedenis van vroegste rotskunst verder naar achteren schuift en de discussie over vroege menselijke verspreiding in Zuidoost-Azië aanwakkert. De datering zelf is sterk, maar de vraag welke mensensoort de kunst maakte blijft omstreden en vraagt om meer archeologisch bewijs.