Wie wint? 'Iraans regime heeft elke keer klappen gekregen, telkens heeft het zich aangepast'

zaterdag, 7 maart 2026 (16:17) - Het Parool

In dit artikel:

De nieuwe oorlog in het Midden-Oosten hertekent machtsverhoudingen en roept fundamentele vragen op over de toekomst van Iran en de regio. Twee Midden-Oostenexperts — Paul Aarts (Universiteit van Amsterdam) en Peyman Jafari (William & Mary) — schetsen in het artikel hoe onzekerheden over leiderschap, binnenlandse verdeeldheid en buitenlandse inmenging samenkomen.

Aarts is geschokt door de gelijktijdigheid van zware militaire actie door Israël en de VS en diplomatieke gesprekken met Iran. Hij betwijfelt dat buitenlands bombarderen op zichzelf tot een regime change kan leiden: zo’n omwenteling vergt volgens hem twee cruciale ingrediënten die nu ontbreken — grootschalige grondtroepen en een goed georganiseerde binnenlandse oppositie. Wel is hij terughoudend optimistisch dat de aanvallen het regime kunnen verzwakken en dat daardoor mogelijk hoge figuren binnen de Revolutionaire Garde hun positie gaan heroverwegen of verlaten; dat zou een belangrijk kantelpunt kunnen zijn, maar daar zijn we volgens hem nog niet.

Jafari formuleert drie plausibele uitkomsten. Scenario één is complete ineenstorting: Iran implodeert en verandert in een “mislukte staat” met burgeroorlogen en etnische fragmentatie — precies wat Israël vreest. Scenario twee is dat er nieuwe machthebbers komen die, behoudend autoritair, wel concessies doen in hun buitenlandse beleid en samenwerken met de Verenigde Staten. Scenario drie, en door Jafari het meest waarschijnlijk geacht, is dat de Revolutionaire Garde sterker uit de crisis komt en het land op een nog harde, securitaire leest zet — een stabiliteit met weinig interne vrijheden, vergelijkbaar met moderne dictaturen in de regio.

Een terugkerend punt is de veerkracht van het Iraanse systeem. Het regime bestaat uit verweven politieke, militaire en economische netwerken met veel belanghebbenden, onder wie de krachtige Revolutionaire Garde die grote economische belangen heeft. Historisch heeft het bestuur schade overleefd — van de oorlog tegen Irak tot langdurige sancties — door aanpassing en repressie. Dat maakt een snelle implosie onwaarschijnlijk, ook al zijn steun en aanhang afgenomen.

De Iraanse samenleving zelf is heterogeen: Perzen vormen de meerderheid, maar belangrijke groepen zijn Azeri’s, Koerden, Lurs, Baloch en verschillende religieuze minderheden. De overgrote meerderheid wil vooral rust, economische zekerheid en meer politieke ruimte, maar die wensen liggen verspreid en soms tegenstrijdig. De oppositie is gefragmenteerd — van gematigde democratisch-gerichte groepen tot monarchisten en gewapende regionale bewegingen — en er is geen eenduidige, brede bereidheid om massaal levensrisico’s te nemen voor directe regimewisseling. Tegelijk ontstaan er op sommige plaatsen juist georganiseerde en gemilitariseerde tegenkrachten: Koerdische groepen en Baloch hebben wapens en zijn eerder bereid tot gewapend verzet, wat het risico op interne gewapende conflicten verhoogt. Dat roept vergelijkingen op met Irak na de Amerikaanse aanval, een scenario dat experts als nachtmerrie bestempelen.

Regionaal heeft een verzwakt of geïsoleerd Iran gemengde gevolgen. Op korte termijn kunnen buurlanden die werden geconfronteerd met Iraanse steun aan milities (Hezbollah in Libanon, sjiitische milities in Irak, Houthi’s in Jemen) enige verlichting ervaren als die steun wegvalt. Maar Jafari waarschuwt dat veel van die bewegingen wortelen in lokale onvrede; zonder adressering van die grondoorzaken zal het verzet niet automatisch verdwijnen. Daarbij kunnen sommige staten — bovenal Israël — het meeste profiteren van een verzwakt Iran. Beide experts signaleren dat Israël al actief is in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Syrië, Libanon en soms Irak, en dat een afwezige tegenmacht de ruimte voor verdere Israëlische invloed en militaire actie zou vergroten. Kritiek op Israël’s beleid en uitspraken van enkele Amerikaanse politici onderstrepen de gevaren van bredere regionale hertekening.

Kortom: de oorlog kan de machtsbalans in het Midden-Oosten blijvend veranderen, maar de uitkomst is ongewis. Een snelle regimewisseling in Iran lijkt onwaarschijnlijk zonder grootschalige militaire inzet of een veel sterker verenigde binnenlandse oppositie. Tegelijk kunnen economische belangen van de Revolutionaire Garde, etnische en regionale verdeeldheid en de opkomst van gewapende lokale groeperingen leiden tot langdurige instabiliteit. Voor de buurlanden en de internationale spelers geldt dat tijdelijke strategische winst snel kan omslaan in nieuwe conflicten als onderliggende politieke en sociale problemen niet worden aangepakt.