Wie verdient de Libris Literatuurprijs?
In dit artikel:
Maandagavond 9 mei wordt bekendgemaakt welke auteur de Libris Literatuurprijs wint — de meest prestigieuze literaire onderscheiding van Nederland — en daarmee een carrièrefundamentele stap zet. Waar vorig jaar een haast zekere favoriet het podium betrad, is er ditmaal geen gedoodverfde winnaar; de shortlist is juist opvallend divers en bevat zowel beginnende als gevestigde namen. De nominaties bestrijken uiteenlopende genres: autofictie, een omvangrijke oorlogsroman, een familie-epos, een realistische schelmenroman, een filosofische reflectie en zelfs nostalgische sciencefiction. Uit de titels tekenen zich twee schrijversprofielen af: de "graver" — die diep in innerlijkheden graaft — en de "bouwer" — die omvangrijke fictiewerelden optrekt; sommige boeken combineren beide kwaliteiten.
Bert Natter duikt met Aan het einde van de oorlog in het beladen thema van de concentratiekampen. Zijn roman is opgebouwd uit korte lemmas en 31 wisselende vertelstemmen rondom de verdwijning van de zoon van een SS'er. Door behoedzaam afstandelijk proza en veelstemmigheid poogt Natter de kitsch te vermijden; recensenten vonden het werk gedurfd, gedetailleerd en aangrijpend.
Coco Schrijber verrast met Het gezoem van bijna alles, waarin de protagonist Cato haar Amsterdamse bestaan verruilt voor een geïsoleerd leven op een Spaans eiland. De roman speelt met de betrouwbaarheid van de verteller — drankgebruik en herinneringsverlies zetten de lezer op het verkeerde been — en bevat grote, episodenachtige passages (onder meer een beklimming in Peru). Kritiek richt zich op richtingloosheid: rijk aan verbeelding maar niet altijd doelgericht.
Debuteerde Lieselot Mariën met Als de dieren, een intieme reconstructie van postnatale depressie die zich verbindt aan een Sumerische mythe. De roman zoekt naar woorden voor verlies en vervreemding, maar wordt door recensenten verweten te veel op modieuze thema’s en vaagheid te leunen, waardoor narratieve kracht ontbreekt.
Peter Terrin staat opnieuw op de shortlist met Nog lang geen winter, een bedachtzaam "wat-als"-verhaal over een technologie om beslissingen ongedaan te maken. Terrins stijl blijft gecontroleerd en aangrijpend, maar dit werk wordt niet als zijn beste beschouwd. Peter Buwalda levert met De jaknikker het tweede, megalomane deel van een aangekondigde trilogie: bewondering voor durf en taal wordt gemengd met kritiek op overdaad en een ingrijpende zijzet — een roman-in-een-roman — die de constructie flink ontwricht.
Als mogelijke winnaar wijst de kritiek naar Nadia de Vries’ Overgave op commando. De Vries combineert elementen van de schelmenroman met sociaal-realistische scherpte; haar picareske hoofdpersoon Schelvis leidt een groep misfits op een speciale school nabij een kustplaats. De roman is compact, stilistisch eigenzinnig en functioneert als parabel over klasse, falen en overleving — volgens recensenten de meest afgeronde en originele prestatie op de longlist.
De uiteindelijke keuze is aan de jury; op 9 mei zal duidelijk worden welk van deze verschillend gecomponeerde romans de Libris Literatuurprijs binnenhaalt.