Wie ruzie krijgt met huisbaas Vesteda, moet stevig in zijn schoenen staan

maandag, 18 augustus 2025 (02:26) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Huurders van een appartementencomplex aan de Van Montfoortlaan in Den Haag kregen op 31 januari 2024 onverwacht een verzoek van verhuurder Vesteda om hun woningen twee à drie weken te ontruimen. Dat leidde tot verbazing omdat negen maanden eerder juist verduurzamingsplannen waren gepresenteerd (onder meer vervanging van kozijnen). Volgens bewoners werd in plaats daarvan plotse spoed opgevoerd om werkzaamheden aan brandveiligheid uit te voeren — mogelijk ingegeven door een grote brand bij een recent Vesteda-gebouw in Amsterdam-Oost enkele maanden daarvoor. Vesteda beheert ongeveer 28.000 (vooral dure) huurwoningen in Nederland.

De bewoners reageerden verontwaardigd over de korte termijn, de magere verhuisvergoeding en het feit dat de huur bleef doorlopen. Vesteda spande vervolgens een kort geding aan om de tijdelijke ontruiming af te dwingen, maar de kantonrechter oordeelde dat de verhuurder onvoldoende had aangetoond dat het om dringende werkzaamheden ging. De bewoners hoefden dus niet te vertrekken. Sindsdien is de rust deels teruggekeerd, maar blijft onduidelijkheid over de plannen bestaan; inmiddels staan negen van de 36 Haagse appartementen leeg.

NRC-onderzoek toont dat dit incident geen eenmalige fout is: huurdersorganisaties in meerdere Vesteda-complexen (onder andere in Amsterdam, Rotterdam en Velserbroek) melden stroef contact, strikte formele eisen en soms juridische tegenwerking. Voorbeelden zijn HBV Detroit, de belangenvereniging van 79 luxe woningen aan de Veemkade in Amsterdam, die al jaren in conflict is met Vesteda. HBV eist onder de Overlegwet onder meer circa €40.000 vergoeding voor gemaakte kosten nadat Vesteda hen eerder voor de rechter sleepte; eerdere klachten over te hoge servicekosten zijn daardoor niet inhoudelijk behandeld. Huurdersvereniging Het Bastion in Velserbroek beschouwt Vesteda’s houding als intimiderend.

Tegelijkertijd zijn er situaties waarin informeel overleg wél goed werkt. In IJzicht (IJburg) maakten bewoners vrijwillig een informele klankbordgroep; dankzij dat minder bureaucratische traject verliep een ingrijpende renovatie redelijk soepel en kregen huurders compensatie. Dat illustreert de sturende rol van organisatievorm: formele huurdersorganisaties hebben wettelijke rechten onder de Overlegwet (Wohv, 1998) maar vrijwilligers hebben vaak niet de tijd of middelen om er tegen professionele vastgoedpartijen in te gaan.

De Woonbond signaleert dat commerciële verhuurders er weinig belang bij hebben dat huurders zich organiseren. Vesteda zelf zegt dat zij meestal wél volgens de wet handelt, maar soms door toezicht en financiële verantwoording formeler moet zijn. Het vroegere Vesteda Platform, bedoeld als centrale vraagbaak voor huurdersvertegenwoordigers, bestaat sinds november vorig jaar niet meer — volgens Vesteda vanwege interne twisten; huurdersorganisaties ervaren echter een verlies van steun en kennisdeling.

De zaak illustreert een spanningsveld tussen huurdersrechten en commerciële verhuurders: wettelijke overlegregels bestaan, maar hun toepassing verschilt sterk en leidt regelmatig tot juridische geschillen over informatieverstrekking, kosten en invloed bij grote werkzaamheden.