Wie profiteert van de rellen in Frankrijk

maandag, 19 oktober 2026 (12:54) - Joop

In dit artikel:

De auteur verwerpt de veelgehoorde analyse dat de gewelddadige protesten in Frankrijk vooral de uiterst rechtse Rassemblement National van Marine Le Pen in de kaart spelen. Ook samenzweringstheorieën dat extreemrechts achter de rellen en plunderingen zou zitten, worden volgens de auteur niet door bewijs ondersteund.

De protesten worden juist gezien als een logisch gevolg van veertig jaar neoliberaal beleid. Volgens de auteur hebben opeenvolgende regeringen bezuinigd op sociale voorzieningen, publieke diensten en democratische inspraak, terwijl privatisering, economische ongelijkheid en de macht van vermogenden zijn toegenomen. In Frankrijk leidde dit onder meer tot massale demonstraties tegen de verhoging van de pensioenleeftijd. Premier Élisabeth Borne drukte die hervorming ondanks protesten door met artikel 49.3, waarmee een regering wetgeving zonder parlementaire stemming kan invoeren. De demonstranten kregen vervolgens te maken met hard politieoptreden.

Hoewel de linkse coalitie Nouveau Front Populaire in 2024 de parlementsverkiezingen won, hield president Emmanuel Macron volgens de auteur vast aan een rechtse minderheidsregering. Daardoor bleef een politieke koerswijziging uit. Tegen die achtergrond noemt de auteur het begrijpelijk dat een deel van de bevolking zich radicaal verzet. Frankrijk telt volgens de tekst ongeveer tien miljoen mensen in armoede, terwijl steeds meer macht en kapitaal bij bedrijven en bezitters zijn geconcentreerd.

De auteur bekritiseert ook de manier waarop media en commentatoren de protesten duiden. Wie vooral benadrukt dat demonstraties Le Pen electorale winst kunnen opleveren, schrijft volgens de auteur de verantwoordelijkheid eenzijdig aan demonstranten toe. Een alternatief frame is dat regeringen door jarenlang beleid mensen tot opstand hebben gedreven. Bovendien is er nog geen bewijs dat demonstranten daadwerkelijk massaal naar extreemrechts overstappen. Journalisten zouden daarom ook moeten onderzoeken waarom sommige kiezers voor racisme en fascisme kiezen, in plaats van iedere linkse actie als contraproductief af te wijzen.

Als historische vergelijking verwijst de auteur naar Duitsland tijdens de Weimarrepubliek. Rechtse minderheidsregeringen voerden daar in de economische crisis bezuinigingen door die lonen, uitkeringen en pensioenen troffen. Volgens de tekst stemden verarmde arbeiders daarbij niet massaal op de nazi’s, maar vooral op de communistische KPD. Industriëlen en delen van de middenklasse steunden de NSDAP juist omdat zij hoopten dat Hitler vakbonden en arbeidersverzet zou breken. De verantwoordelijkheid voor de nazistische machtsgreep moet daarom niet bij communisten worden gelegd, maar ook bij elites die de nazi’s bewust als politiek wapen probeerden te gebruiken.

De kern van het betoog is dat extreemrechts niet onvermijdelijk sterker wordt door verzet tegen racisme, uitsluiting of bezuinigingen. Steeds opnieuw zeggen dat iedere linkse positie ‘koren op de molen’ van extreemrechts is, kan volgens de auteur een zichzelf vervullende voorspelling worden en activisten het zwijgen opleggen. Politiek zou bovendien meer moeten zijn dan verkiezingsuitslagen: wie alleen naar mogelijke zetelwinst kijkt, reduceert burgers tot stemvee en negeert hun woede en moed. Een samenleving die mensen langdurig uitknijpt, monddood maakt en macht concentreert bij een kleine elite, kan volgens de auteur uiteindelijk zelf gewelddadige opstanden uitlokken.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Albert Verlinde over Rob Jetten: 'Ik snap niet waarom deze premier alles zo pr-matig doet!'