Wie ontvangt de EU‑miljarden uit het coronaherstelfonds? Brussel weet zelf niet waar geld blijft
In dit artikel:
De Europese Rekenkamer (ERK) concludeert in een woensdag gepubliceerd rapport dat onduidelijk is waar grote delen van het coronaherstelfonds (RRF) — waarvan de Europese Commissie 723,8 miljard euro op de kapitaalmarkt leende en waarvan circa 577 miljard euro aan lidstaten is toegezegd — uiteindelijk terecht zijn gekomen. De kritiek richt zich op gebrekkige transparantie: lidstaten rapporteren onvoldoende over wie de uiteindelijke ontvangers zijn, wat de werkelijke projectkosten waren en welke concrete resultaten zijn behaald.
Voor het onderzoek onderzocht de ERK tien lidstaten, waaronder Nederland. Kleine landen bleken vaak relatief opener; Duitsland leverde pas informatie na expliciet verzoek en Frankrijk stuurde volgens ERK helemaal geen gegevens. Nederland gaf pas inzicht in daadwerkelijke projectkosten nadat de Rekenkamer daar nadrukkelijk om had gevraagd. Kroatische ERK‑leden Ivana Maletić benadrukt dat duidelijk moet worden naar welke bedrijven en tussenpartijen het geld is doorgegaan.
De structuur van het fonds speelt volgens de ERK een belangrijke rol: uitbetalingen gebeurden op basis van vooraf afgesproken doelstellingen en mijlpalen (prestatiegericht), niet op basis van gedeclareerde kosten. Lidstaten hoeven de Commissie niet te verplichten tot openbaarmaking van daadwerkelijke uitgaven of eindontvangers; vaak worden bedragen eerst aan ministeries, overheden of publieke banken gegeven en vervolgens doorgegeven aan bedrijven, ngo’s of investeringsfondsen. Concrete voorbeelden ontbreken: zo is onduidelijk welke private partijen profiteerden van 2,6 miljard euro via een Franse publieke investeringsbank voor groene waterstof, en waar 15,8 miljoen euro voor dienstvoertuigen van het Maltese premieroffice naartoe ging.
Het Europees Parlement eist volledige openheid over ontvangers, uitgaven en resultaten vóór eind dit jaar en overweegt juridische stappen als de informatie uitblijft. SGP‑Europarlementariër Bert‑Jan Ruissen en anderen noemen het RRF‑model problematisch voor begrotingscontrole. De Europese Commissie verwerpt de ERK‑aanbevelingen en verdedigt het prestatiegerichte model, dat ze ook als voorbeeld wil gebruiken voor de meerjarenbegroting 2028–2034. Eind juni volgt een hoorzitting van de begrotingscontrolecommissie over het rapport.