Wie niet voor Israël is, is voor de vijand

woensdag, 15 april 2026 (11:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Jeruzalem, 15 april 2026 — In de schuilkelders van Jeruzalem draaien het dagelijkse leven en het wereldbeeld rondom de oorlog. Tienjarige Moshe woont vlak bij de Westelijke Jordaanoever maar heeft de Westbank nooit bezocht; hij kent ‘Palestina’ alleen van oude postzegels uit het Mandaat-tijdperk. Zijn moeder reageert fel als het over politiek gaat: “Palestina bestaat niet. Judea en Samaria zult u bedoelen,” en ze wil haar kinderen niet politiciseren. Al weken zijn de scholen dicht; kinderen spelen en slapen in schuilruimtes terwijl hun moeder accepteert dat constant schuilen nodig is zolang “we Iran en Hezbollah maar verslaan.”

Een vredesactivist verklaart dat zulke opvattingen wijdverbreid zijn en voortkomen uit een mix van racisme, superioriteitsgevoel, chauvinistische propaganda en het trauma van 7 oktober. Dat zorgt ervoor dat veel Israëli’s de destructieve gevolgen van voortdurend geweld niet zien en buitenlandse kritiek als antisemitisme bestempelen. In de Israëlische publieke sfeer worden soldaten als helden voorgesteld; de aandacht gaat vooral uit naar Israëlische militaire en burger-slachtoffers, terwijl bloedbaden veroorzaakt door Israëlische acties vaak onderbelicht blijven. De journalist ontmoet ook een aanhanger van premier Netanyahu die discussie onmogelijk maakt door tegenstanders meteen als pro-Iran te bestempelen.

Kortom: in Jeruzalem normaliseert de voortdurende oorlogszucht het schuilkelderbestaan, verdiept politieke blinde vlekken en verstevigt een wij-zij-logica die maatschappelijke reflectie en nuance belemmert.