Wie betaalt, krijgt ADHD: opvallend veel diagnoses bij privé-klinieken
In dit artikel:
Bij particuliere ADHD-praktijken in Nederland leidt een aanmelding opvallend vaak tot dezelfde uitkomst: vrijwel iedereen krijgt de diagnose ADHD. Deze klinieken profileren zich als snel alternatief voor de overbelaste ggz: via beeldbellen of snel geplande spreekuren bieden zij binnen dagen tot weken diagnostiek en behandeling aan, tegen betaling en buiten de zorgverzekering om.
De vraag naar ADHD-zorg is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Verzekeraars registreerden in 2024 ruim 93.000 declaraties voor ADHD-gerelateerde hulp (tegen 76.000 in 2022) en het gebruik van medicatie steeg tussen 2006 en 2023 van ongeveer 78.000 naar bijna 300.000 gebruikers. De toename is vooral groot onder vrouwen: zij gebruiken tegenwoordig ruim zes keer vaker ADHD-medicatie dan twintig jaar geleden. Experts wijzen zowel op een inhaalslag in herkenning bij vrouwen als op invloed van sociale media en online zelftests die symptomen normaliseren of overdiagnosticeren.
Prijzen en aanpak verschillen sterk: diagnostische trajecten kosten van enkele honderden tot duizenden euro’s. Voorbeelden uit een rondgang: Kern Diagnostiek rekent 1.750 euro (spoedtraject 3.500 euro) en meldt dat elke aanmelding tot nu toe tot een diagnose leidde; Maas Psychologen noemt vergelijkbare cijfers; kinderonderzoeker 2eXplore ziet bij kinderen in circa 80 procent ADHD terug. Sommige aanbieders voeren de diagnostiek geheel online uit en beloven binnen een week uitsluitsel. De snel toegepaste route leidt vaak direct naar medicatie (methylfenidaat, dexamfetamine) waarmee cliënten hopen sneller weer te functioneren op werk of studie.
Wetenschappelijke en beroepsmatig gefundeerde kritiek klinkt fel. Hoogleraar Jan Buitelaar vindt zulke hoge diagnosepercentages “verdacht”: ADHD komt in de algemene bevolking naar schatting bij 3–5 procent voor, en extreem hoge percentages roepen vragen op over onderzoeksbetrouwbaarheid en commerciële motieven. Ook Laura Batstra waarschuwt dat brede en subjectieve criteria makkelijk verruimd kunnen worden als er geld mee te verdienen is. Specialisten wijzen verder op medische risico’s van stimulantia, het gevaar dat andere stoornissen (depressie, persoonlijkheidsproblematiek, verslaving) onopgemerkt blijven, en dat spoedtrajecten medisch zelden echt noodzakelijk zijn.
De private markt vergroot bovendien de gezondheidsongelijkheid. Omdat deze zorg meestal niet via de basisverzekering verloopt en geen huisartsverwijzing vereist is, kunnen alleen mensen die kunnen betalen de lange wachttijden omzeilen. Verzekeraars hebben weinig zicht op deze aanbieders omdat er geen contracten mee zijn en omdat diagnostiek alleen niet standaard vergoed wordt. Zij signaleren ook mogelijk een zelfversterkend effect: een groeiend aanbod kan extra vraag creëren — wat sommigen “ADHD-inflatie” noemen.
Er zijn geen centrale cijfers over de omvang of groei van de private ADHD-markt, maar spoorwijzigingen wijzen op structurele knelpunten: aanhoudende wachttijden in de reguliere ggz, meer wachtlijstbemiddeling en een toename van verzoeken om prioriteit. Deskundigen pleiten impliciet voor betere regulering, meer toezicht op kwaliteit van diagnostiek en maatregelen om gelijke toegang tot zorg te waarborgen, zodat snelle particuliere routes niet ten koste gaan van zorgvuldigheid en volksgezondheid.