Wie bepaalt wat een dreiging is?
In dit artikel:
Cees van den Bos publiceerde een omvangrijk stuk over de manier waarop veiligheidsbeleid in Nederland steeds meer bepaald wordt door een gesloten netwerk van inlichtingendiensten, wetenschappers en denktanks — het zogenoemde Veiligheidsepistemisch Complex. De auteur betrekt vooral AIVD, MIVD en NCTV, samen met universitaire instituten, onderzoekscentra en beleidsgerichte denktanks; politici gebruiken de door deze groepen geleverde kennis vervolgens om maatregelen en wetten te rechtvaardigen.
Het centrale bezwaar is dat dit netwerk niet alleen feiten aanlevert, maar ook de probleemdefinitie en de antwoorden dicteert. Veel onderzoeken die als onafhankelijk wetenschappelijk klinken, blijken in opdracht van diensten of ministeries tot stand gekomen; die uitkomsten worden vervolgens door beleidsmakers en media als neutrale bewijsvoering gepresenteerd. Volgens Van den Bos ontstaan zo beperkte kenniskringen waarin kritische of tegengestelde visies snel wegdrukken.
Hij plaatst zijn observatie in theoretisch perspectief met de term ‘epistemische gemeenschap’ van politicoloog Peter M. Haas: een groep experts met gedeelde aannames die bepalen hoe beleidsproblemen worden gezien. In het veiligheidsdomein fungeert die gemeenschap als filter voor welke risico’s aandacht krijgen en welke oplossingen politiek haalbaar zijn. Tegelijkertijd werkt het label ‘wetenschappelijk’ als schild tegen inhoudelijke kritiek.
Concrete voorbeelden in het artikel tonen hoe verwevenheid in de praktijk eruitziet. Het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) van Universiteit Leiden werkt intensief samen met de NCTV; onderzoekers hebben vaak tegelijkertijd banden met diensten, denktanks en universiteiten. Denk- en onderzoeksinstituten zoals het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) presenteren zich als onafhankelijk, maar kunnen gefinancierd worden door overheden, waardoor het onderscheid tussen objectief advies en beleidsvoorbereiding vervaagt.
Van den Bos koppelt het epistemisch complex aan het Overton-venster: door herhaaldelijk bepaalde risicoframes en narratives naar voren te schuiven, verschuift wat politiek en maatschappelijk bespreekbaar is. Media en soms ngo’s versterken die verschuiving door specifieke experts als de autoriteit te portretteren.
De politieke consequenties zijn ernstig: beleid kan verkokerd raken, democratische controle verzwakt, en bevoegdheden van inlichtingendiensten stelselmatig worden uitgebreid zonder ruim publiek debat. Het artikel waarschuwt voor een groeiende kennismacht die beleidsvorming smal maakt en alternatieve perspectieven marginaliseert. Als bijkomende context wijst de tekst op eerdere kritische notities over wetenschappelijke invloed op beleid (bijv. rond het RIVM), en daarmee op de bredere vraag naar transparantie, onafhankelijke toetsing en versterkte parlementaire controle.