'Wie bepaalt dat ik maar één baan kan doen tot mijn AOW? Niemand.' Esther (51) uit Haren kiest voor vrijheid met jaarlijkse carrièreswitch

dinsdag, 19 mei 2026 (10:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Esther Arrindell (51) uit Haren trok op haar vijftigste de stekker uit een traditionele carrièreloop en bedacht een onconventioneel plan: zeventien verschillende banen in zeventien jaar, tot aan haar AOW-leeftijd. Lange tijd dacht ze dat je één beroep kiest en dat zo houdt, maar omdat ze snel verveeld raakt en van nieuwigheid houdt, besloot ze elk jaar iets anders te doen. „Ik ga het anders doen,” zei ze bij haar omslag; anderhalf jaar later nam ze ontslag bij de Rijksuniversiteit Groningen om het avontuur te beginnen.

Haar eerste nieuwe werk was als uitvaartverzorger, een baan die haar nieuwsgierigheid naar rituelen en afscheid nemen moest beantwoorden. De directe betrokkenheid bij families en het intieme werk maakte veel indruk. Inmiddels heeft ze een betaalde dag per week als gastvrouw bij Groningen Seaports — haar vaste ‘broodbaan’ — en werkt ze momenteel als opruimcoach: ze begeleidt mensen bij ontspullen, organiseren en orde scheppen. Ze oefende eerst bij vriendinnen en ruimt nu bij twee cliënten op. Hoelang ze in een functie blijft wil ze laten afhangen van haar intuïtie; haar aandachtsspanne schat ze zelf op ongeveer een jaar. Toekomstige ideeën omvatten onder meer werken op een boerderij, in een ziekenhuis (bijvoorbeeld operatiekamers schoonmaken), bij de brandweer, als kunstenaar of als dagvoorzitter.

De keuze viel niet bij iedereen in goede aarde: sommige vrienden zijn jaloers, anderen vinden het eenzaam of durven het zelf niet. Arrindell hoopt juist anderen te inspireren om vaker te kiezen voor werk waar ze energie van krijgen.

Arbeidsmarktkenners erkennen de trend. Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie bij het UWV, ziet al decennia dat mensen minder lang in dezelfde functie blijven; de gemiddelde functieduur daalde van circa 11 naar 8 jaar. De beweging kreeg extra ruimte na wetgeving rond flexibele arbeid eind jaren negentig en past bij jongere generaties die werk laten aansluiten op hun leven. Witjes waarschuwt wel voor transparantie richting werkgevers (duidelijke insteek bij sollicitaties) en voor praktische beperkingen later in het leven: hypotheek, pensioen en de behoefte aan vastigheid kunnen zo’n wisselbaan lastiger maken. Als je regelmatig evalueert, kan jobhoppen volgens hem echter juist verrijkend zijn.

Arrindell werkt langs die begrenzingen: ze zoekt slimme instapmogelijkheden en behoudt een betaalde basisinkomst. Haar project laat zien hoe individuele loopbanen steeds meer maatwerk worden — met zowel kansen als uitdagingen.