Wie bedacht de gewelfschilderingen van de Grote Kerk in Harderwijk?

zaterdag, 16 mei 2026 (17:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Historicus Jos de Weerd bracht na acht jaar onderzoek het beeldprogramma van de gewelfschilderingen in de Grote Kerk van Harderwijk in kaart. In zijn recent verschenen boek Kerk in een kettersnest (Walburg Pers) beschrijft hij hoe de 125 scènes, aangebracht tussen 1560 en 1562, samen één doordacht theologisch verhaal vormen. De schilderingen moeten volgens De Weerd „gelezen” worden vanuit het oosten; het koor wordt gedomineerd door twee middenpilaren met respectievelijk Christus (met God de Vader boven) en Maria, terwijl op het gewelf het Laatste Oordeel is afgebeeld. Christus, Maria en Johannes de Doper vormen de drieslag waar alle taferelen omheen zijn opgebouwd.

Die drieslag verklaart de indeling van de transepten: het zuidtransept is gewijd aan Johannes de Doper en eindigt met de doop van Jezus, het noordtransept volgt het leven van Jezus en opent met de bruiloft te Kana. Een opvallende, niet direct bijbelse voorstelling is de huwelijksscène van Maria en Jozef; volgens De Weerd is die noodzakelijk om Maria expliciet te verbinden met het geslachtsregister uit Mattheüs, dat via mannelijk lijn naar Jozef loopt — zo wordt Maria zichtbaar als schakel tussen Oude en Nieuwe Testament, passend bij de Marianische bestemming van de kerk.

De Weerd ontdekte parallelle opbouw tussen Harderwijk en de Sint‑Jan in Gouda, en kwam zo uit bij de theoloog Herman Lethmaet, die in Gouda een vergelijkbaar plan hanteerde en bekend stond om bijbeluitleg. Lethmaet stierf echter vóór het ontwerp van de Harderwijkse schilderingen, zodat hij niet de ontwerper kon zijn. Door archiefonderzoek en tijdens de restauratie die in 2017 in fasen begon, herkende De Weerd een derde mannelijke opdrachtgever op de gewelven: Wolter van Byler (1504–1560), een Harderwijkse theoloog die bovendien honderd Philipsguldens schonk voor de schilderingen. Vergelijking met een bewaard portret van Van Byler maakte De Weerd overtuigend dat hij het beeldplan heeft bedacht; niemand anders zou zich zo prominent op de gewelven laten afbeelden.

Het onderzoek belicht zowel de artistieke ordening als de theologische doelstelling achter de beelden: een zorgvuldig geconstrueerd, bijbelrijk programma dat Maria centraal plaatst en de kerk als plaats van uitleg en herinnering positioneert. De bevindingen presenteerde De Weerd onlangs in de Grote Kerk zelf.